Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3433

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
05-11-2019
Zaaknummer
17/8092 PW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. De uitspraak van de Raad van 22 mei 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 31 oktober 2019

17/8092 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 november 2017, 17/2237 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 22 mei 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

De gemachtigde van appellant heeft verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 22 mei 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 19 januari 2018 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. De gemachtigde van appellant heeft namelijk binnen de termijn voor betaling van het griffierecht bij brief van 13 februari 2018 een verzoek om betalingsonmacht gedaan. De gemachtigde van appellant heeft een verzendbewijs toegezonden dat de brief van 13 februari 2018 per fax aan het LDCR is gezonden.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van

22 mei 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van € 256,- voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    verklaart het verzet gegrond;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van € 256,-.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2019.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) K.R. van Renswoude

RB