Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3354

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-10-2019
Datum publicatie
29-10-2019
Zaaknummer
19/677 ANW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:618
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 677 ANW

Datum uitspraak: 24 oktober 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 januari 2019, 18/4063 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2019. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.M. Herder.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante, geboren in 1956, woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is op enig moment teruggekeerd naar Marokko. Vanaf 2007 heeft hij een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangen.

1.2.

De echtgenoot van appellante is [in] 2016 in Marokko overleden. Appellante heeft op 19 september 2017 een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.

1.3.

Bij besluit van 27 november 2017 heeft de Svb de aanvraag om een nabestaandenuitkering afgewezen. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij besluit van 29 mei 2018 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij in aanmerking wenst te komen voor een ANW‑uitkering omdat haar echtgenoot verzekerd is geweest en appellante minderjarige kinderen moet onderhouden, terwijl zij arbeidsongeschikt is en geen inkomen heeft.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

4.2.

Terecht heeft de rechtbank erop gewezen dat het voor de ANW gaat om verzekerd zijn op het moment van overlijden en niet om verzekerde perioden in het verleden. Tussen partijen is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet meer in Nederland woonde of werkte. Hij was daarom op dat moment niet verzekerd op grond van artikel 13 van de ANW. Het feit dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden recht had op een AOW‑pensioen brengt niet mee dat hij op dat moment verzekerd was voor de ANW.

4.3.

Verder is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van het overlijden niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW, als bedoeld in artikel 63 en 63a van de ANW.

4.4.

Op grond van gegevens van het Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat vast dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in samenhang met artikel 22 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.

4.5.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van E. Diele als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2019.

(getekend) J.J.T. van den Corput

(getekend) E. Diele

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

md