Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3106

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-09-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
18/210 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Geen sprake van vrijwillige verzekering. Ook bestaat geen aanspraak op een nabestaandenuitkering op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 210 ANW

Datum uitspraak: 26 september 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2017, 17/4228 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2019. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante, geboren op [geboortedatum] 1987, woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en is op enig moment teruggekeerd naar Marokko. Met ingang van 1 juli 2003 heeft hij een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangen.

1.2.

De echtgenoot van appellante is op [datum] 2017 in Marokko overleden. Appellante heeft op 16 maart 2017 een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Bij besluit van 10 april 2017 heeft de Svb de aanvraag om een nabestaandenuitkering afgewezen.

1.3.

Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij besluit van 8 juni 2017 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij ziek is, twee minderjarige kinderen moet onderhouden, geen inkomsten heeft, haar echtgenoot een uitkering ontving toen hij nog leefde en dat zij als weduwe van haar overleden echtgenoot recht heeft op een ANW‑uitkering.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet meer in Nederland woonde of werkte. Hij was daarom op dat moment niet verzekerd op grond van artikel 13 van de ANW. Het feit dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden recht had op een AOW‑pensioen brengt niet mee dat hij op dat moment verzekerd was voor de ANW.

4.3.

Verder is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van het overlijden niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW, als bedoeld in artikel 63 en 63a van de ANW.

4.4.

Op grond van gegevens van het Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat vast dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.

4.5.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 september 2019.

(getekend) J.J.T. van den Corput

De griffier is verhinderd te ondertekenen.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

rh