Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3098

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-09-2019
Datum publicatie
01-10-2019
Zaaknummer
18/1930 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nabestaandenuitkering terecht door de Svb beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar en negen maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2019/138
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 1930 ANW

Datum uitspraak: 26 september 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

1 maart 2018, 17/4720 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 15 augustus 2019. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) ontvangen.

1.2.

Bij besluit van 15 maart 2017 heeft de Svb de ANW-uitkering met ingang van [datum] 2017 beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

1.3.

Bij beslissing op bezwaar van 21 juli 2017 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 maart 2017 ongegrond verklaard. Daaraan heeft de Svb ten grondslag gelegd dat het recht op nabestaandenuitkering op grond van de ANW van rechtswege eindigt op het moment dat de pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt. Dit betekent dat aan appellante vanaf het moment dat zij 65 jaar en negen maanden was geen nabestaandenuitkering meer kan worden toegekend. Op [datum] 2017 bereikte appellante de pensioengerechtigde leeftijd en daarom is de ANW-uitkering geëindigd.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante herhaald dat zij niet begrijpt waarom aan haar na het beëindigen van haar ANW-uitkering geen ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is toegekend. Appellantes overleden echtgenoot heeft in Nederland gewerkt en was daarom verzekerd. Appellante kan voorts niet werken omdat uit eerder onderzoek van de Svb is gebleken dat zij volledig arbeidsongeschikt is.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, van de ANW staat dat het recht op nabestaandenuitkering eindigt indien de nabestaande de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Voor het begrip pensioengerechtigde leeftijd is in artikel 1 van de ANW verwezen naar de AOW. In artikel 7a, eerste lid, aanhef en onder f, van de AOW staat dat de pensioengerechtigde leeftijd in 2017 65 jaar en negen maanden is.

4.2.

De rechtbank heeft met juistheid vastgesteld dat appellante niet heeft betwist dat zij op

[datum] 2017 de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar en negen maanden heeft bereikt. Daarom is haar nabestaandenuitkering terecht door de Svb beëindigd.

4.3.

De Svb heeft bij het bestreden besluit een brief van 21 juli 2017 gevoegd waarin voor het aanvragen van een AOW-uitkering is verwezen naar CNSS, la Caisse Nationale de Securité Sociale in Marokko. Appellante moet dus eerst een aanvraag indienen om een AOW-pensioen te ontvangen. In de tussentijd hoeft de Svb de ANW-uitkering niet door te laten lopen.

4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van

M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 september 2019.

(getekend) J.J.T. van den Corput

De griffier is verhinderd te ondertekenen.

rh