Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3093

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
30-09-2019
Zaaknummer
18/891 WWB-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bezwaar tegen de brief met voorlichting over de inhouding van de bestuursrechtelijke premie is niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit is in de zin van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2019/488
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 891 WWB-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 december 2017, 15/5702 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp (college)

Datum uitspraak: 17 september 2019

Zitting heeft: A. Stehouwer, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: V.Y. van Almelo

Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    bevestigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 33,43.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 12 januari 2015 van Zorginstituut Nederland inzake de inhouding van een bestuursrechtelijke premie ten bedrage van € 152,53 op haar bijstandsuitkering. Appellante heeft, veiligheidshalve, ook bezwaar gemaakt tegen de brief van het college van 6 februari 2015, waarin het college appellante heeft voorgelicht over de inhouding van de bestuursrechtelijke premie op haar bijstandsuitkering. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de termijn is ingediend. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De Raad is van oordeel dat de brief van 6 februari 2015 geen besluit is en dat het bezwaarschrift van appellante op die grond niet-ontvankelijk was. Met dit oordeel is appellante niet benadeeld, omdat de uitkomst van de besluitvorming daardoor niet gewijzigd is, maar het is wel aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 33,43 aan reiskosten in beroep en hoger beroep.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) A. Stehouwer