Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3083

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-09-2019
Datum publicatie
30-09-2019
Zaaknummer
18-1496 AOW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen terecht tot het oordeel gekomen dat de Svb op goede gronden heeft bepaald dat het ouderdomspensioen van appellant niet kan worden vastgesteld op dat voor een ongehuwde. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met oordeel rechtbank. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd over zijn persoonlijke situatie biedt geen aanknopingspunten om tot een andersluidend oordeel te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 1496 AOW-PV

Datum uitspraak: 12 september 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 februari 2018, 17/1860 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Zitting heeft: J.J.T. van den Corput

Griffier: E. Diele

Ter zitting op 12 september 2019 is appellant verschenen, bijgestaan door
mr. E.Tj. van Dalen, advocaat. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. S.M. Herder.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant en [naam partner] zijn geregistreerde partners. Op grond van artikel 1,
tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet (AOW) worden zij met gehuwden gelijkgesteld. Appellant ontvangt met ingang van februari 2016 een ouderdomspensioen voor een gehuwde. Volgens hem moet dit een ouderdomspensioen voor een ongehuwde zijn. Bij besluit van 27 oktober 2016, in stand gelaten bij de beslissing op bezwaar van 1 maart 2017 (bestreden besluit) heeft de Svb appellant bericht dat hij een ouderdomspensioen voor een gehuwde blijft ontvangen omdat niet vastgesteld kan worden of sprake is van duurzaam gescheiden leven als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW aangezien appellant de daarvoor benodigde informatie niet wil geven.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hierbij onder verwijzing naar de vaste rechtspraak van de Raad het volgende overwogen. Bij appellant is nog steeds sprake van geregistreerd partnerschap. Voor toekenning van het verzoek om een ouderdomspensioen voor een ongehuwde moet uit de feitelijke situatie ondubbelzinnig blijken dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. Nu appellant heeft geweigerd informatie over zijn woon- en leefsituatie aan de Svb te verstrekken, is het voor de Svb niet mogelijk om op grond van de feitelijke situatie vast te stellen of appellant voor de AOW, ondanks zijn geregistreerd partnerschap, toch als ongehuwd moet worden aangemerkt. Niet valt in te zien waarom appellant niet in staat is om aan te geven wanneer hij feitelijk bij wie en waar verblijft en informatie te verschaffen over de zorgverhouding met zijn geregistreerd partner. Dat appellant vanwege hem moverende redenen geen informatie wil verschaffen komt voor zijn rekening en risico.

3. In hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak heeft appellant aangevoerd dat er voor de Svb voldoende reden was om in zijn situatie van duurzaam gescheiden leven uit te gaan zodat hij, ten tijde hier van belang, voor het hogere ouderdomspensioen van een ongehuwde pensioengerechtigde in aanmerking had kunnen komen.

4.1.

De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen terecht tot het oordeel gekomen dat de Svb op goede gronden heeft bepaald dat het ouderdomspensioen van appellant niet kan worden vastgesteld op dat voor een ongehuwde. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank over de gronden van het beroep volledig en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd over zijn persoonlijke situatie biedt geen aanknopingspunten om tot een andersluidend oordeel te komen.

4.2.

Uit wat bij 4.1 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) E. Diele (getekend) J.J.T. van den Corput

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.

md