Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3072

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
26-09-2019
Zaaknummer
18/4632 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 4632 WIA

Datum uitspraak: 25 september 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
18 juli 2018, 18/1488 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2019. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 1 november 2017 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met

ingang van 17 november 2017 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant heeft op 14 december 2017 digitaal bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij beslissing op bezwaar van 18 januari 2018 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken. Hiertoe heeft het Uwv overwogen dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De

rechtbank heeft geconcludeerd dat het Uwv het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat de

termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, bestreden. Hij heeft gesteld dat hij het besluit van 1 november 217 niet goed heeft gelezen. Verder heeft hij gesteld dat hij de resultaten van een op 15 november 2017 ondergaan slaaponderzoek wilde afwachten om dit mee te sturen met het bezwaarschrift. Appellant heeft gesteld dat hij nog steeds ziek is.

3.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat appellant te laat bezwaar heeft ingediend tegen het besluit van 1 november 2017. De bezwaartermijn liep tot en met 13 december 2017 en pas op 14 december 2017 heeft appellant een bezwaarschrift ingediend.

4.2.

De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding geen sprake is. Daarbij heeft de rechtbank er terecht op gewezen dat in het primaire besluit van besluit van 1 november 2017 is vermeld dat vóór 14 december 2017 een bezwaarschrift kan worden ingediend en dat dit ook digitaal kan. Uit wat appellant in hoger beroep heeft gesteld volgt niet dat hij buiten staat was, eventueel met hulp van derden, tijdig bezwaar te maken tegen het bestreden besluit. Dat appellant pas na ontvangst van de uitkomst van het slaaponderzoek een bezwaarschrift wenste in te dienen, maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellant tijdig een bezwaarschrift had kunnen indienen en daarin had kunnen vermelden dat hij dit later nog wilde aanvullen met nadere medische stukken.

4.3.

Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak bevestigd te worden.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van G.D. Alting Siberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2019.

(getekend) E.J.J.M. Weyers

(getekend) G.D. Alting Siberg

md