Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3031

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-09-2019
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
18/946 WAO-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. In zijn verzetschrift geeft appellant geen verklaring voor het feit dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 september 2019

18/946 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2017, 17/3145 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 juni 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 februari 2019. Partijen zijn niet verschenen.

Het onderzoek is na de zitting heropend.

Het verzet is vervolgens ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 augustus 2019. Partijen zijn niet verschenen

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 juni 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig verzet kon worden gedaan was 8 augustus 2018. Het door appellant ingediende verzetschrift is op 27 september 2018 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden. Op basis van het onderzoek dat is verricht na de heropening, concludeert de Raad dat niet is gebleken dat de termijnoverschrijding aan appellant kan worden verweten, zodat de Raad tot een inhoudelijke behandeling van het verzet kan overgaan.

In zijn verzetschrift geeft appellant geen verklaring voor het feit dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellant niet kan worden verweten, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van L.R. Daman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2019.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) L.R. Daman

VC