Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:3025

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-09-2019
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
19/2013 PW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat appellanten niet in verzuim zijn geweest en dat de gronden tijdig door mr. Van der Have zijn ingediend. De reden dat de Raad dit niet eerder heeft onderkend is gelegen in het feit dat in de periode van verzending per fax sprake was van een storing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 september 2019

19/2013 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 april 2019, 18/3632 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant 1] en [Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 30 juli 2019 heeft de Raad het door appellanten ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellanten heeft mr. C.J. van der Have, advocaat, verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 30 juli 2019 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellanten niet in verzuim zijn geweest.

In verzet is gebleken dat appellanten niet in verzuim zijn geweest en dat de gronden tijdig door mr. Van der Have zijn ingediend. De reden dat de Raad dit niet eerder heeft onderkend is gelegen in het feit dat in de periode van verzending per fax sprake was van een storing.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 30 juli 2019 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2019.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) K.R. van Renswoude

VC