Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:2765

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-08-2019
Datum publicatie
26-08-2019
Zaaknummer
18/3255 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekken en terugvorderen. Niet wonen op opgegeven adres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 3255-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2018, 17/8352 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college)

Datum uitspraak: 13 augustus 2019

Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: S.H.H. Slaats

Namens appellant is mr. A.G.P. de Boon, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. P.C. van Aller en J.V.A. Greveling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak.

Dit betekent dat de intrekking van bijstand per 14 december 2016 en de terugvordering over de periode van 14 december 2016 tot 7 maart 2017 van € 1.995,87 juist zijn.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Dat appellant op 7 maart 2017 niet woonde op het adres dat hij had opgegeven is komen vast te staan met het beslissing op bezwaar van 13 april 2017, waartegen hij geen beroep heeft ingesteld.

Met zijn onderzoek heeft het college aannemelijk gemaakt dat appellant ook in de periode daarvoor zijn hoofdverblijf niet had op het opgegeven adres, omdat hij daar niet het zwaartepunt van zijn persoonlijk leven had. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat appellant geen huissleutel had, geen huur betaalde, geen eigen plek in huis had en dat de tekening die hij van de eerste verdieping voorafgaand aan het huisbezoek had gemaakt niet klopte. In de woning was geen kleding van appellant en ook geen administratie. [X] (X), die tijdelijk met haar man en kinderen in de woning verbleef, verklaarde in eerste instantie dat appellant daar niet woonde en appellant wist in eerste instantie niet dat zij daar met haar gezin verbleef. Twee buurtbewoners die daar al langer woonden herkenden appellant niet, maar konden wel de huiseigenaar beschrijven.

Dit onderzoek was zorgvuldig en het college had niet ook de huiseigenaar hoeven te horen. De verklaring van de bevriende huiseigenaar die appellant in beroep heeft overgelegd is niet met objectieve controleerbare gegevens onderbouwd en brengt daarom geen verandering in het oordeel. De waarnemingen bij de woning van de ex-vrouw en de zoon van appellant waren niet doorslaggevend voor de besluitvorming. Het was beter geweest als de rechtbank dit in haar uitspraak met zoveel woorden had gezegd, maar dit is geen reden om de uitspraak te vernietigen.

Ook de in hoger beroep nog overgelegde verklaringen van de ex-vrouw van appellant en de man van X kunnen de Raad er niet van overtuigen dat appellant wel op het opgegeven adres woonde. Appellant heeft niet gezegd waar zijn hoofdverblijf dan wel was, zodat niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand.

Het hoger beroep slaagt niet.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) S.H.H. Slaats (getekend) J.N.A. Bootsma