Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:2356

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-07-2019
Datum publicatie
23-07-2019
Zaaknummer
18/3686 WMO15-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zoals eerder overwogen in de uitspraken van 3 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3022 en 12 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4209, kan een vreemdeling zoals appellant geen aanspraak maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de

Wmo 2015. Hetgeen appellant in deze zaak naar voren heeft gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan in die uitspraken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 3686 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2018, 18/400 en 18/3901 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 10 juli 2019

Zitting hebben: L.M. Tobé als voorzitter en D.S. de Vries en N.R. Docter als leden

Griffier: G.D. Alting Siberg

Ter zitting is verschenen: mr. W.G. Fischer, namens appellant

Het onderzoek ter zitting heeft, gezamenlijk met de zaken 18/2997 WMO15,

18/3765 WMO15, 18/3051 WMO15 en 18/2871 WMO15 plaatsgevonden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Bij het bestreden besluit heeft het college de afwijzing van het verzoek van appellant om hem op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening beschermd wonen te verstrekken gehandhaafd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen rechtmatig verblijf heeft.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, onder verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij beschermd wonen nodig heeft. Dit is medisch noodzakelijke zorg waarop ook vreemdelingen als appellant aanspraak hebben. Nu de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beschermd wonen niet wil bieden en het college de rechtstreekse toegang tot de zorgaanbieder blokkeert, zal het college de benodigde zorg op grond van de Wmo 2015 moeten bieden.

Appellant is geen vreemdeling als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en is ook niet op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld.

Zoals eerder overwogen in de uitspraken van 3 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3022 en 12 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4209, kan een vreemdeling zoals appellant geen aanspraak maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de
Wmo 2015. Hetgeen appellant in deze zaak naar voren heeft gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan in die uitspraken.

Wat appellant verder nog naar voren heeft gebracht hoeft gezien het voorgaande geen bespreking meer.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) G.D. Alting Siberg (getekend) L.M. Tobé