Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:2326

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-07-2019
Datum publicatie
18-07-2019
Zaaknummer
17/6259 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Er is geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De overwegingen van de rechtbank over de gronden van het beroep die tot dat oordeel hebben geleid, worden overgenomen. Van duurzaam gescheiden leven is ook in hoger beroep niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 6259 AOW

Datum uitspraak: 8 juli 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 augustus 2017, 17/2077 (aangevallen uitspraak), en op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] , Duitsland (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2019. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Pot. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M.J.A. Erkens-Hanssen.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 23 september 2016, in stand gelaten bij beslissing op bezwaar van 23 februari 2017 (bestreden besluit), heeft de Svb het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) van appellant met ingang van mei 2016 herzien in een ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat appellant gehuwd is en uit een onderzoek naar de leefsituatie van appellant en zijn echtgenote, waarbij een huisbezoek heeft plaatsgevonden, is gebleken dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat aan het bestreden besluit een onrechtmatig huisbezoek ten grondslag ligt. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat los van het huisbezoek is gebleken dat geen sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank heeft hierbij onder verwijzing naar de vaste rechtspraak van de Raad, uitspraak van 23 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1159, over de toetsing van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW de feiten van belang geacht zoals deze blijken uit de verklaring van de echtgenote van appellant van 30 april 2015 en de verklaringen van appellant van 13 mei 2015 en 5 juni 2015 en het bezwaarschrift van 9 november 2016. Uit deze stukken is volgens de rechtbank onder meer gebleken dat appellant en zijn echtgenote financieel met elkaar zijn verbonden omdat zij gezamenlijk eigenaar zijn van het pand waarin zij in afzonderlijke appartementen wonen, dat appellant kluswerkzaamheden in het appartement van zijn echtgenote verricht en dat appellant beschikt over de sleutel van het appartement van zijn echtgenote. Verder nog het feit dat een medewerker van de Svb de echtgenote aan de telefoon kreeg toen appellant werd gebeld en zij meedeelde dat appellant niet aanwezig was.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd voor zover de rechtbank daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand heeft gelaten. Volgens appellant blijkt uit wat hij en zijn echtgenote hebben verklaard dat er geen sprake kan zijn van een situatie dat zij als gehuwd kunnen worden aangemerkt.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Er is geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De overwegingen van de rechtbank over de gronden van het beroep die tot dat oordeel hebben geleid, worden overgenomen. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, biedt geen aanknopingspunten om tot een vernietiging van de aangevallen uitspraak te komen. De Raad voegt daar het volgende aan toe. Vast staat dat appellant is gehuwd. Het ligt dan op zijn weg te onderbouwen dat sprake is van een situatie waaruit blijkt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. Hiervan is ook in hoger beroep niet gebleken. Uit de door de rechtbank genoemde feiten en omstandigheden en uit het feit dat uit de verklaringen van 30 april 2015 en 13 mei 2015 ook blijkt dat appellant en zijn echtgenote regelmatig contact met elkaar hebben, blijkt niet ondubbelzinnig dat sprake is van een gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, waarbij ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en dat dit door één van hen als bestendig is bedoeld. Dat appellant, zoals hij stelt, in het appartement van zijn echtgenote klust als zij er niet is, als ook zijn toelichting dat de verzekeringsvoorschriften in Duitsland voorschrijven dat er een sleutel beschikbaar moet zijn, doet aan het voorgaande niet af.

4.2.

Uit wat bij 4.1 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking komt. Gelet hierop zal het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door H. Benek, in tegenwoordigheid van J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2019.

(getekend) H. Benek

(getekend) J. Smolders

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.

VC