Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:175

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-01-2019
Datum publicatie
22-01-2019
Zaaknummer
14/5308 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overschrijding beroepstermijn door ernstig zieke gemachtigde. Gemachtigde stelt dat het zeer aannemelijk is dat zijn niet-tijdig reageren is veroorzaakt door zijn ziekte en de bijbehorende zware behandelingen. De Raad kan op grond van de door gemachtigde gegeven beantwoording van de vragen en de nader ingebrachte informatie van zijn behandelend specialist, niet tot het oordeel komen dat hij binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2019/69
USZ 2019/75
AB 2019/263 met annotatie van R. Stijnen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 5308 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

22 juli 2014, 13/5819 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 16 januari 2019

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam gemachtigde] , advocaat (gemachtigde), hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 24 september 2014 is gemachtigde op de hoogte gesteld van de overschrijding van de beroepstermijn zoals is bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij brief van 20 oktober 2014 heeft gemachtigde meegedeeld wat de reden van de overschrijding is geweest.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting door de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op 2 maart 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.

De Raad heeft het onderzoek heropend.

Gemachtigde heeft desgevraagd nadere vragen van de Raad beantwoord en daarbij − ter onderbouwing van zijn standpunt − nadere stukken in het geding gebracht.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om op een (nadere) zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad ziet zich, ambtshalve, gesteld voor de vraag of de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is te achten als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Daartoe zijn gemachtigde bij brief van 7 april 2016 de volgende vragen gesteld:

  1. Hoe was uw kantoororganisatie ingericht ten tijde van de verzending van de aangevallen uitspraak dan wel de ontvangst door u op 14 augustus 2014 van die uitspraak van appellant?

  2. Hoe is het voortraject van uw behandeling in Boston gegaan?

  3. Welke maatregelen hebt u binnen uw kantoor genomen om uw afwezigheid in de periode mei 2014 tot en met medio juli 2014 op te vangen?

  4. Hebt u vervanging geregeld?

  5. Welke maatregelen hebt u voor uw kantoor getroffen na terugkeer op 16 juli 2014?

  6. Bent u na terugkeer direct voor 100% hervat?

  7. Kunt u met een medische verklaring van de u behandelend artsen onderbouwen dat uw in uw brief van 24 september 2014 vermelde cognitieve klachten samenhangen met de door u ondergane bestraling?

2. Bij brief van 21 april 2016 heeft gemachtigde als volgt op die vragen geantwoord:

  1. De kantoororganisatie was dusdanig ingericht dat inkomende post werd gescand door een vakantiehulp en dat ik deze per computer kon inzien.

  2. In januari 2014 zijn er door het academisch ziekenhuis Maastricht uitzaaiingen verwijderd rondom mijn ruggenmerg en in de buurt van mijn zenuwknoop in de schoudergordel rechts. De aanvullende behandeling hiervoor is proton bestraling die in Boston uitgevoerd zou gaan worden. Op 16 april 2014 werd hiervoor door de zorgverzekeraar toestemming verleend en op 18 april 2014 werd door tussenkomst van de ANWB alarmcentrale overeenstemming bereikt met het ziekenhuis over de totale kosten.

  3. Ik heb er voor gezorgd dat een tijdelijke hulp om de paar dagen de post scande. Ook heb ik een programma laten installeren op mijn computer zodat ik vanuit Boston kon inloggen op mijn kantoor. Telefoonberichten konden cliënten inspreken en berichten vanaf 14 uur ’s middags tot 22 uur ’s avonds (Nederlandse tijd) werden door mij rechtstreeks beantwoord omdat de telefoon doorgeleid was naar de Verenigde Staten.

  4. In de lopende zaken heb ik partijen op de hoogte gebracht dat ik afwezig zou zijn van 4 mei 2014 tot medio juli 2014. Eventuele afspraken zijn toen verzet. Voor eventuele calamiteiten kon een collega advocaat waarnemen. Gelukkig heeft zich geen calamiteit voorgedaan in deze periode.

  5. Ik heb niet direct nieuwe maatregelen getroffen na mijn terugkeer op 16 juli 2014 omdat ik op dat moment nog geen directe overmatige hinder had van de behandeling.

  6. Rond 1 september 2014 heb ik mijn meeste activiteiten weer opgestart. In de periode tussen 16 juli 2014 en september 2014 heb ik dit rustig opgebouwd.

  7. Mijn behandelaar is de radiotherapeut in Boston, dr. Leibsch. Ik heb uw vraag inmiddels aan hem voorgelegd. Dat wil zeggen dit moet schriftelijk gebeuren en per post aangeboden worden. Het zal wellicht enkele weken duren voordat ik hier antwoord op heb. Uiteraard zal ik u hiervan op de hoogte brengen. Ik ga er van uit dat u mij deze periode gunt en dat we dus even op antwoord vanuit Boston moeten wachten.

3. Bij brief van 7 juli 2017 heeft gemachtigde aanvullende informatie ingezonden bestaande uit een gedeeltelijke weergave van een op een Cd-rom opgenomen gesprek met zijn behandelaar dr. Leibsch. Desgevraagd heeft gemachtigde bij brief van 4 augustus 2017 een aantal exemplaren van de Cd-rom ingebracht en in die brief vermeld dat volgens zijn specialist sprake was van een “very high dose” en dat dit allerlei “side-effects” kan hebben. Volgens gemachtigde is uit de wav-opnames af te leiden dat het normaal is dat men nog niet goed functioneert qua energie, concentratie en geheugen na een zware bestralingsperiode. Gemachtigde heeft verwezen naar een artikel uit “Surgical Neurology International” waarin zijn unieke casus wordt beschreven en waaruit blijkt dat het zeer aannemelijk is dat zijn niet-tijdig reageren is veroorzaakt door zijn ziekte en de bijbehorende zware behandelingen.

4. De Raad kan, met alle begrip voor de ernstige ziekte en moeilijke omstandigheden waarin gemachtigde in september 2014 heeft verkeerd, op grond van de door hem gegeven beantwoording van de vragen en de nader ingebrachte informatie van zijn behandelend specialist, niet tot het oordeel komen dat gemachtigde binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te stellen. De geluidsopname van de Cd-rom biedt daartoe onvoldoende aanknopingspunten en de behandelaar concludeert niet zelf dat gemachtigde niet in staat was adequaat te reageren. Gemachtigde geeft ook zelf aan dat hij na zijn terugkeer uit de Verenigde Staten geen directe overmatige hinder had van de behandeling. Hij heeft ook, na ontvangst van de uitspraak van de rechtbank, genoteerd dat hij in ieder geval op

26 augustus 2014 een (voorlopig) beroepschrift moest indienen. In een geval als dit, waarbij sprake is van langdurige behandeling in het buitenland wegens een ernstige aandoening, waarbij ook complicaties of gevolgproblemen kunnen ontstaan, dient in zijn algemeenheid een advocaat ook tijdig maatregelen te nemen teneinde de normale voortgang van de kantoorwerkzaamheden te waarborgen.

5. Ook anderszins zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

6. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.

7. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2019.

(getekend) E.W. Akkerman

(getekend) P. Boer

md