Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:1572

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
08-05-2019
Datum publicatie
09-05-2019
Zaaknummer
17/5392 ZVW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omleiding van de zorgtoeslag is geen beslag en wordt dus niet beperkt door de beslagregels.Wanbetaler in de zin van de Zvw. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat CAK bevoegd was de aan appellante toekomende zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan CJIB uit te laten betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 5392 ZVW

Datum uitspraak: 8 mei 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland van 27 juli 2017, 17/1898 en 16/6044 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

CAK

PROCESVERLOOP

Vanaf 1 januari 2017 oefent CAK in zaken als deze de bevoegdheden uit die voorheen door het Zorginstituut Nederland werden uitgeoefend. In deze uitspraak wordt onder CAK mede verstaan Zorginstituut Nederland.

Namens appellante heeft haar echtgenoot [naam echtgenoot appellante] hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingestuurd.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2019. Appellante is niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.G.G. de Bakker, werkzaam bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 18 augustus 2011 heeft CAK appellante bericht dat zij door haar zorgverzekeraar VGZ Zorgverzekeraar N.V. op 30 juli 2011 is aangemeld als wanbetaler in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Daarom is zij vanaf augustus 2011 een bestuursrechtelijke premie verschuldigd van € 148,95 per maand.

1.2.

Bij besluit van 26 mei 2015 heeft CAK aan appellante bericht dat op grond van

artikel 18f, zesde lid, van de Zvw de zorgtoeslag van appellante wordt uitbetaald aan het CJIB ter gedeeltelijke voldoening van de door appellante verschuldigde bestuursrechtelijke premie (omleiding zorgtoeslag). Voor het resterende bedrag ontvangt appellante een acceptgiro.

1.3.

Bij besluit van 19 februari 2016 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van appellante tegen het besluit van 26 mei 2015 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet binnen de in de wet gestelde termijn van zes weken is ontvangen en er geen verschoonbare reden voor de overschrijding van de bezwaartermijn is. Ten overvloede heeft CAK opgemerkt dat de omleiding van de zorgtoeslag geen beslag is en de regels van beslag (en die van de beslagvrije voet) niet van toepassing zijn.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank – met bepalingen over proceskosten en griffierecht – het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en bepaald dat de uitspraak van de rechtbank in de plaats treedt van het bestreden besluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Vervolgens heeft de rechtbank zelf in de zaak voorzien en geoordeeld dat CAK bevoegd was om de zorgtoeslag om te leiden. Bij de omleiding van zorgtoeslag gaat het niet om beslaglegging, zodat de regels die gelden bij beslag – zoals het rekening houden met een beslagvrije voet – niet van toepassing zijn.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat bij de omleiding van de zorgtoeslag geen rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat CAK op grond van artikel 18f, zesde lid, van de Zvw bevoegd was de aan appellante toekomende zorgtoeslag als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan CJIB uit te laten betalen. Deze omleiding van de zorgtoeslag is geen beslag zodat de regels van de beslagvrije voet als neergelegd in

artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen beperking inhouden om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Wat appellante in deze zaak meer of anders heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.A. Boersma, in tegenwoordigheid van W.M. Swinkels als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2019.

(getekend) J.P.A. Boersma

(getekend) W.M. Swinkels

lh