Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:1002

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-03-2019
Datum publicatie
02-04-2019
Zaaknummer
17/8210 PW-PV
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2017:8948, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Door niet alle gevraagde gegevens over te leggen, kan de draagkracht en daarmee recht op bijzondere bijstand niet worden vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 8210 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 november 2017, 17/1493 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland (college)

Datum uitspraak: 12 maart 2019

Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer.

Griffier: E. Stumpel.

Ter zitting is namens appellant verschenen mr. R.G.A.M. van den Heuvel, advocaat.

Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.J. Kooistra.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Dit betekent dat de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand terecht is afgewezen.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

De aanvraag is afgewezen, omdat appellante niet alle voor het beoordelen van de draagkracht gevraagde gegevens had overgelegd.

Zoals blijkt uit het besluit op bezwaar van 18 januari 2017 ontbraken toen nog (leesbare) afschriften van betaal- en spaarrekeningen over de periode van 20 februari 2015 tot en met 20 mei 2015, een bewijs van algemene heffingskorting minst verdienende partner en een beschikking huur- en zorgtoeslag. Dit zijn voor het beoordelen van de draagkracht relevante gegevens. Bovendien bepaalt het college op grond van artikel 53a van de Participatiewet welke gegevens moeten worden verstrekt.

Uit de in beroep overgelegde leesbare afschriften van de betaalrekeningen bleken in deze periode contante opnames tot € 4.000,-.

Omdat afschriften van de spaarrekeningen nog ontbraken, heeft de rechtbank alleen al om die reden het beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellante overzichten van de bij- en afschrijvingen van de spaarrekeningen overgelegd. Toch kan de draagkracht en daarmee het recht op bijzondere bijstand nog steeds niet worden vastgesteld.

Een bewijs van algemene heffingskorting minst verdienende partner en een beschikking huur- en zorgtoeslag ontbreken nog altijd. Voor het opnamepatroon van € 4.000,- in bijna drie maanden, dat niet past bij iemand die claimt bijstand nodig te hebben, heeft appellante geen met objectief controleerbare stukken onderbouwde verklaring gegeven. De enkele stelling van appellante dat zij de € 4.000,- heeft besteed aan het terugbetalen van leningen is niet controleerbaar.

Het hoger beroep slaagt niet.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) E. Stumpel (getekend) J.N.A. Bootsma

IJ