Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:4280

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-12-2018
Datum publicatie
07-01-2019
Zaaknummer
17/5809 PW-PV
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2017:5320, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet gemelde bijschrijvingen op bankrekening in mindering te brengen op bijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 5809 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2017, 16/7571 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] en [Appellante] te [woonplaats] (appellanten)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 5 december 2018

Zitting heeft: E.C.R. Schut

Griffier: C.A.E. Bon

Appellanten zijn niet ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door R.J.M. Codrington.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Het geschil is beperkt tot de vraag of het college het totale bedrag aan bijschrijvingen van € 6.040,- als in aanmerking te nemen middelen op de bijstand in mindering mocht brengen.

2. Appellanten hebben aangevoerd dat zij aannemelijk hebben gemaakt dat een deel van de bijschrijvingen afkomstig is van daadwerkelijke leningen en dat deze bijschrijvingen niet tot de middelen moeten worden gerekend. Deze beroepsgrond slaagt niet. Zoals vaker overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 12 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2583 en van 12 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:51) is de omstandigheid dat bedragen zijn geleend niet van betekenis en is een geldlening in artikel 31, tweede lid, van de Participatiewet niet uitgezonderd van het middelenbegrip.

3. Appellanten hebben voorts aangevoerd dat in hun geval een uitzondering moet worden gemaakt en aansluiting moet worden gezocht bij de rechtspraak die van toepassing is in die gevallen dat iemand (zonder ander inkomen) in afwachting is van een besluit op zijn aanvraag om algemene bijstand en ter voorziening in de kosten van levensonderhoud is aangewezen op het aangaan van geldleningen.

4. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Appellanten ontvingen in de periode in geding bijstand. Deze bijstand wordt geacht toereikend te zijn om te voorzien in hun levensonderhoud. De onder 3 bedoelde rechtspraak is daarom niet op appellanten van toepassing.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

C.A.E. Bon E.C.R. Schut

md