Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3727

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-11-2018
Datum publicatie
25-11-2018
Zaaknummer
17/3397 ANW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 3397 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 januari 2017, 15/7654

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats], Marokko (verzoekster)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 1 november 2018

Zitting heeft: mr. M.F.J.M. de Werd

Griffier: H. Achtot

Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.A.H. Koning

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Bij de uitspraak van 20 januari 2017, waarvan nu herziening wordt verzocht, heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 oktober 2015, 14/7019, waarbij het beroep van verzoekster tegen de weigering van de Svb om aan haar een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen, ongegrond is verklaard.

2. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren ze bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3. Verzoekster heeft gevraagd haar recht op nabestaandenuitkering opnieuw te beoordelen.

4. De Svb heeft gesteld dat het herzieningsverzoek moet worden afgewezen, omdat geen sprake is van een feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

5. De gronden van het verzoek om herziening komen erop neer dat verzoekster opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover is beslist bij de uitspraak van de Raad van 20 januari 2017. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) H. Achtot (getekend) mr. M.F.J.M. de Werd

IvR

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Rejète la demande de révision.

Par conséquent, décidée par M.F.J.M. de Werd en présence de H. Achtot en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 novembre 2018.