Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3705

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
17/7785 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden genoemd die, waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Geen benoeming deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 7785 AW

Datum uitspraak: 15 november 2018

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2015, 14/967 AW

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

het dagelijks bestuur van De Kompanjie (dagelijks bestuur)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. R. Wubs bij verzoekschrift van 30 november 2017 gevraagd om herziening van de bovenvermelde uitspraak van de Raad.

Namens het dagelijks bestuur heeft mr. M.J.F. Nuijens, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2018. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Wubs. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. Nuijens en M.H. Swenne.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Bij de uitspraak van 28 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1666, heeft de Raad het eervol ontslag van verzoeker wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie, anders dan op grond van ziekte of gebreken, in stand gelaten. Daartoe heeft de Raad overwogen dat verzoeker in zijn algemene functioneren tekortschoot en daarnaast ongepast gedrag jegens vrouwelijke collega’s vertoonde, zodat er voldoende feitelijke grondslag bestond voor het oordeel dat verzoeker ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie.

3. Verzoeker heeft aan zijn herzieningsverzoek ten grondslag gelegd dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die aanleiding zouden moeten geven tot herziening van de uitspraak van de Raad. Daartoe heeft verzoeker - samengevat - aangevoerd dat hij lijdt aan een stoornis die zijn gedrag, ook in de periode voorafgaande aan de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, heeft beïnvloed. Daartoe heeft verzoeker een diagnoseverklaring van 23 november 2017 van een psycholoog overlegd.

4.1.

Volgens vaste rechtspraak (zoals bijvoorbeeld de uitspraak van 8 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4412) is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid, een nieuwe discussie over de betrokken uitspraak te openen.

4.2.

Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden genoemd die, waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. De verklaring van de psycholoog bevat geen conclusie met betrekking tot het aanwezig zijn van medische arbeidsongeschiktheid voor het uitoefenen van de functie van verzoeker in de periode voorafgaande aan de uitspraak waarvan herziening is gevraagd. Dat er bij verzoeker Autismespectrumstoornis is gediagnosticeerd, betekent niet dat daarmee aannemelijk is dat verzoeker ten tijde van het ontslag arbeidsongeschikt is geweest op grond van ziekte of gebrek (zie ook de uitspraak van 23 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO9320).

4.3.

Gelet op wat onder 4.2 is overwogen, ziet de Raad geen aanleiding om een deskundige te benoemen, zoals verzoeker heeft bepleit.

4.4.

Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek moet worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van J. Smolders als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2018.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) J. Smolders

md