Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3687

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-11-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
18/217 ANW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. De termijn voor het indienen van bezwaar is overschreden. Bij de Svb zijn geen redenen bekend op grond waarvan de te late indiening van het bezwaarschrift verschoonbaar zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 217 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

8 december 2017, 17/3891 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] , Turkije (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 22 november 2018

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Akça-Altun, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Beide partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord en hebben verklaard dat zij geen gebruik willen maken van dit recht. Vervolgens heeft de Raad besloten dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 12 januari 2017 heeft de Svb appellante ervan in kennis gesteld dat haar nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet met ingang van

30 april 2017 wordt beëindigd omdat haar jongste kind 18 jaar wordt. Op 16 februari 2017 heeft het Turkse orgaan SGK appellante in kennis gesteld van de inhoud van dat besluit. Dat betekent dat de bezwaartermijn op 17 februari 2017 is aangevangen en op 31 maart 2017 is geëindigd.

1.2.

Bij fax van 2 mei 2017 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 januari 2017. Zij heeft daarbij vermeld dat zij geen geld heeft en ziek is. Appellante zou te laat bezwaar hebben gemaakt omdat zij door een adreswijziging het besluit te laat heeft ontvangen.

1.3.

De Svb heeft appellante bij brief van 15 mei 2017 gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellante heeft daar niet op gereageerd.

1.4.

Bij beslissing op bezwaar van 15 juni 2017 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 12 januari 2017 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de termijn voor het indienen van bezwaar is overschreden en de Svb geen redenen bekend zijn op grond waarvan de te late indiening van het bezwaarschrift verschoonbaar zou zijn.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is aangevoerd dat appellante een adreswijziging aan de Svb heeft doorgegeven, maar desondanks brieven op het oude adres bleef ontvangen. Het besluit van

12 januari 2017 is aan het oude adres toegestuurd, waardoor appellante het besluit te laat heeft ontvangen. Na enige tijd is door de buren opgemerkt dat op een kleine plaknotitie op het oude adres stond aangegeven dat er voor appellante een brief lag bij het dorpshoofd, waarna zij de brief meteen heeft opgehaald.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Nu appellante eerst bij fax van 2 mei 2017 bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 12 januari 2017, moet worden vastgesteld dat appellante niet tijdig bezwaar heeft ingesteld.

4.2.

Appellante heeft geen omstandigheden aangevoerd, op grond waarvan die overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is te achten in de zin van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarvoor is van belang dat appellante eerst in bezwaar de Svb op de hoogte heeft gesteld van haar adreswijzing. Verder is uit de stukken gebleken dat de Svb op 16 januari 2017 een vragenformulier levensbewijs naar appellante heeft gestuurd. Dat formulier is aan hetzelfde adres gezonden als het besluit van 12 januari 2017. Appellante heeft op 2 februari 2017 het levensbewijs ingevuld en geretourneerd aan de Svb. Daarbij heeft zij nadrukkelijk aangegeven dat de door de Svb gebruikte adresgegevens juist zijn. De omstandigheden die appellante in hoger beroep heeft genoemd, die hebben geleid tot de termijnoverschrijding, moeten voor haar rekening komen en kunnen dan ook niet tot het oordeel leiden dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar kan worden geacht.

4.3.

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2018.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) M.D.F. de Moor

KS