Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3634

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-11-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
17/297 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekken en terugvorderen bijstand. Dozen vouwen op de markt betreft op geld waardeerbare activiteiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 297 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 december 2016, 16/4378 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 6 november 2018

Zitting hebben: M. Schoneveld, J.T.H. Zimmerman en J.C.F. Talman

Griffier: J.M.M. van Dalen

Ter zitting is voor appellant verschenen mr. R. Küçükünal. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. van den Buijs.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellant ontvangt bijstand, ten tijde hier in geding naar de norm voor een alleenstaande op grond van de Participatiewet (PW). Uit een onderzoek van de Inspectie SZW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gebleken dat appellant op 10 juni 2015 om 13.55 uur op de markt in Rotterdam achter een marktkraam is aangetroffen terwijl hij dozen aan het vouwen was waarin groente en fruit had gezeten. Het college heeft bij besluit van 8 december 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 31 mei 2016

(bestreden besluit), de bijstand van appellant over de periode van 10 juni 2015 tot en met 30 juni 2015 herzien (lees: ingetrokken) en de gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 638,95 van appellant teruggevorderd. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat appellant op geld waardeerbare activiteiten heeft verricht op de markt waarvoor de rechtbank in aanmerking heeft genomen dat appellant om 13.55 uur en dus tijdens reguliere arbeidsuren aanwezig was bij de marktkraam en daar volgens de controleurs werkzaam was. Waargenomen is dat hij bezig was met het vouwen van dozen waarin groenten en fruit had gezeten en dat het fruit uit deze dozen werd verkocht door de andere personen van de marktkraam. Met de enkele mededeling van appellant dat de waargenomen activiteiten een vriendendienst betroffen en hiertegenover geen enkele vergoeding stond, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat geen sprake was van op geld waardeerbare arbeid.

Wat appellant in hoger beroep ten aanzien van de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 10 juni 2015 tot en met 30 juni 2015 heeft aangevoerd, vormt een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de hiervoor weergegeven overwegingen waarop dat oordeel rust. Het college heeft dan ook terecht de bijstand van appellant ingetrokken en teruggevorderd.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter