Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3281

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-10-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
17/7674 PW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 oktober 2018

17/7674 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 oktober 2017, 17/2276 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 april 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 september 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 april 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 9 januari 2018 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.

De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend was 22 mei 2018. Het door appellant ingediende verzetschrift is gedateerd op 18 mei 2018, is blijkens de poststempel op 24 mei 2018 ter post bezorgd en is op 25 mei 2018 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.

Bij brief van 21 augustus 2018 heeft de Raad bij appellant geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft gereageerd bij brief van 28 augustus 2018, maar heeft geen verklaring gegeven voor het overschrijden van de termijn.

Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 124,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- door de griffier van de
Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2018.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) C.A.E. Bon

JL