Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3276

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-10-2018
Datum publicatie
24-10-2018
Zaaknummer
18/857 WW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In verzet zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 oktober 2018

18/587 WW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 december 2017, 16/10262 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 25 april 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 7 september 2018. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 25 april 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 26 januari 2018. Appellant heeft bij de Raad digitaal hoger beroep ingediend op 27 januari 2018, om 2.28 uur. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij op 26 januari 2018 in de avond is gestart met het indienen van het hogerberoepschrift inclusief de relevante bijlagen. Door problemen met het uploaden van een aantal bijlagen is dit pas in de nacht van 26 op 27 januari 2018 rond 2.30 uur afgerond.

Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant had op 26 januari 2018 een inleidend hogerberoepschrift kunnen indienen om de beroepstermijn veilig te stellen. De gronden van het hoger beroep en de bijlagen had appellant in een later stadium digitaal of per post kunnen indienen.

Gelet op het voorgaande moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2018.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) C.A.E. Bon

IJ