Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3147

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
16-10-2018
Zaaknummer
16-5957 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering in verband met onroerend goed in Turkije. Intrekking staat in rechte vast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 5957 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 augustus 2016, 15/3859 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Venray (college)

Datum uitspraak: 25 september 2018

Zitting hebben: M. Hillen, Y.J. Klik en E.C.G. Okhuizen.

Griffier: F.H.R.M. Robbers.

Namens appellant is verschenen mr. E. Kaya, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door C. Volleberg.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Het geschil ziet op de terugvordering van bijstand van appellant over de periode van

12 mei 2009 tot en met 28 februari 2015. Aan het besluit tot terugvordering van 29 juni 2015 heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen melding heeft gemaakt van het bezit van meerdere onroerende zaken in Turkije.

De Raad stelt met de rechtbank vast dat appellant tegen het besluit tot intrekking van bijstand van 19 mei 2015 geen rechtsmiddel heeft aangewend. Daarmee is het besluit tot intrekking van de bijstand over de periode vanaf 12 mei 2009 in rechte onaantastbaar geworden. Een inhoudelijke beoordeling van de juistheid van de intrekking, die appellant ook in hoger beroep voorstaat, kan niet meer aan de orde kan zijn.

Gegeven de in rechte vaststaande intrekking van de bijstand was het college verplicht op grond van artikel 58, eerste lid, van de Participatiewet de gemaakte kosten van bijstand van appellant terug te vorderen. Appellant heeft tegen de terugvordering geen zelfstandige gronden aangevoerd.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) M. Hillen

IJ