Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3137

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
15-10-2018
Zaaknummer
17/1934 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand voor kosten van openen graf in Zwitserland en DNA-onderzoek. Territorialiteitsbeginsel. Kosten niet aan Nederland verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 1934 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 2 februari 2017, 16/2093 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van het Werkplein Fivelingo (dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 25 september 2018

Zitting hebben: M. Hillen, Y.J. Klik en E.C.G. Okhuizen.

Griffier: F.H.R.M. Robbers

Namens appellant is verschenen mr. P.N. Huisman, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Het geschil ziet op een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van het openen van een graf in [plaatsnaam] in Zwitserland en het uitvoeren van een DNA-analyse in Zwitserland.

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormen in essentie een herhaling van wat hij reeds in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft gevraagd betrekking hebben op kosten die niet aan Nederland zijn verbonden, nu deze in het buitenland zijn gemaakt. Ook het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een acute noodsituatie op grond waarvan het college gehouden is bijstand te verlenen, wordt onderschreven. Daarbij kan de Raad zich geheel vinden in de overwegingen waarop het oordeel van de rechtbank rust.

De Raad voegt hier nog het volgende aan toe.

Dat appellant als Nederlands staatsburger is getroffen door een volgens hem in Nederland gepleegd misdrijf van verduistering van staat, leidt niet tot een ander oordeel over het territorialiteitsbeginsel. Het gaat hier immers niet om de vraag of de betrokkene zelf aan Nederland is verbonden. Bepalend is of de door hem gemaakte kosten, waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, aan Nederland zijn verbonden.

Voorts wordt de stelling dat de rechtbank bij de toets aan dringende redenen een onjuiste maatstaf heeft aangelegd, verworpen. Artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet (PW) biedt de mogelijkheid om in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de PW voor bedoelde kosten bijstand te verlenen indien, rekening houdend met alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4808) dient daarvoor vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Een acute noodzaak is aan de orde als de situatie levensbedreigend is of blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben. Deze toets heeft de rechtbank terecht toegepast.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) M. Hillen

IJ