Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3133

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2018
Datum publicatie
15-10-2018
Zaaknummer
17/3007 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag dak- en thuisloze. Later terugkomen van verklaring heeft weinig betekenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 3007 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2017, 16/6923 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant], zonder vaste woon- of verblijfplaats (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 2 oktober 2018

Zitting heeft: P.W. van Straalen

Griffier: C.A.E. Bon

Appellant is niet ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. A.A. Brouwer.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het gaat in deze zaak om de afwijzing van een aanvraag om bijstand naar de norm voor een dak- en thuisloze. De grondslag voor de afwijzing is dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden, als gevolg waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Appellant heeft bij het college meerdere adressen opgegeven, waaronder het adres van [naam K] (K), waar hij gemiddeld één keer per week zou verblijven. Toen het adres van K op 19 mei 2016 door twee handhavingsspecialisten werd bezocht, verklaarde mevrouw [naam K] dat appellant daar nog nooit heeft geslapen. Op 27 mei 2016 werd dit door K telefonisch tegenover een handhavingsspecialist bevestigd. K is later van die verklaring teruggekomen, in die zin dat hij op 7 oktober 2016 schriftelijk heeft verklaard dat appellant in de nacht van 20 op 21 maart 2016 bij hem heeft geslapen.

In hoger beroep voert appellant aan dat de rechtbank aan de brief van 7 oktober 2016 ten onrechte niet de betekenis toekent die appellant daaraan toedicht.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Volgens vaste rechtspraak mag in het algemeen van de juistheid van een tegenover een handhavingsspecialist afgelegde en ondertekende verklaring worden uitgegaan. Een latere intrekking of ontkenning van die verklaring heeft weinig betekenis. Geen aanleiding bestaat hiervan in dit geval af te wijken. Daarvoor zijn geen aanknopingspunten aanwezig.

Omdat de beroepsgrond niet slaagt, zal de aangevallen uitspraak worden bevestigd.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) C.A.E. Bon (getekend) P.W. van Straalen

MD