Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3132

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2018
Datum publicatie
15-10-2018
Zaaknummer
17/3886 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag vanwege onduidelijke financiële situatie. Ontbrekende bankafschriften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 3886 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 april 2017, 16/6779 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 2 oktober 2018

Zitting heeft: P.W. van Straalen

Griffier: C.A.E. Bon

Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. I. Yaman.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het gaat in deze zaak om een afwijzing van een aanvraag om bijstand omdat de financiële situatie van appellant niet duidelijk was.

De te beoordelen periode loopt van 9 maart 2016 tot en met 12 april 2016.

Het college stelt zich terecht op het standpunt dat appellant zijn financiële situatie niet duidelijk heeft gemaakt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De financiële situatie van appellant is niet duidelijk, omdat bankafschriften over de te beoordelen periode ontbreken. Van de drie op zijn naam staande bankrekeningen zijn de afschriften van één bankrekening compleet. Van één bankrekening zijn er echter geen afschriften overgelegd en van één bankrekening zijn er deels afschriften aanwezig. Alleen al gelet op het ontbreken van die bankafschriften kan het college het recht op bijstand niet vaststellen. Ook ontbreekt een onderbouwde verklaring met betrekking tot de vraag hoe appellant voorafgaand aan de aanvraag in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Niet duidelijk is dan ook waarvan appellant heeft geleefd. Appellant stelt weliswaar dat hij in bewijsnood verkeert, maar onderbouwt die stelling verder niet. Die stelling kan er dan ook niet toe leiden dat het bestreden besluit geen stand kan houden.

Dit alles leidt ertoe dat de in hoger beroep aangevoerde gronden niet slagen. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) C.A.E. Bon (getekend) P.W. van Straalen

MD