Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:3123

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
12-10-2018
Zaaknummer
18/1354 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag scholingsvoucher. De opleiding is niet gericht op het kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SZR-Updates.nl 2018-0079
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 1354 WW

Datum uitspraak: 6 september 2018

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 juni 2017, 16/7760 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.M.M. Menting, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juli 2018. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Menting. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. D. de Jong.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant heeft op 12 september 2016 een scholingsvoucher (ook wel: subsidie) aangevraagd op grond van de Tijdelijke regeling subsidie scholing richting een kansberoep (Regeling). Op het aanvraagformulier heeft appellant ingevuld dat hij de opleiding Master Animal Sciences wil volgen ten behoeve van het vervullen van de functie van vertegenwoordiger agrarische producten.

1.2.

Bij besluit van 28 oktober 2016 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen op de grond dat de opleiding die appellant wil gaan volgen niet is gericht op een kansberoep.

1.3.

Bij beslissing op bezwaar van 23 november 2016 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 28 oktober 2016 ongegrond verklaard. Hieraan ligt ten grondslag dat de door appellant gewenste opleiding Master Animal Sciences niet aansluit bij de functie-inhoud van de functie van vertegenwoordiger agrarische producten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat de Regeling niet voorziet in een definitie van de kansberoepen of in een lijst van opleidingen die zijn gericht op de kansberoepen en dat het in een aanvraagsituatie als deze aan de aanvrager is om aannemelijk te maken dat wordt voldaan aan het criterium van artikel 3 van de Regeling. Het stond appellant vrij om te onderbouwen dat de opleiding gericht was op een kansberoep. Nu uit de gegevens over de opleiding niet blijkt dat deze ook opleidt tot het kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten, is de rechtbank van oordeel dat het Uwv zich terecht op het standpunt stelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de opleiding Master Animal Sciences is gericht op het kansberoep. De stelling van appellant dat afgestudeerden van die opleiding als vertegenwoordiger aan de slag gaan doet daaraan niet af. Welke beroepen afgestudeerden gaan uitoefenen is immers niet bepalend voor de vraag of de opleiding gericht is op een kansberoep.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat volgens hem een accountmanager hetzelfde beroep uitoefent als een vertegenwoordiger en dat de benaming ‘accountmanager’ niets meer en niets minder is dan een Engelse benaming voor het beroep vertegenwoordiger. Volgens appellant is voor beide functies in de praktijk dezelfde opleiding vereist. Ook heeft appellant gewezen op de website van de Wageningen Universiteit, waaruit blijkt dat afgestudeerde studenten die de opleiding Master Animal Sciences hebben gedaan onder meer gaan werken als diervoerderspecialist of accountmanager agribusiness. Volgens appellant is de opleiding daarom wel degelijk gericht op een kansberoep. Appellant heeft tot slot verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de ten onrechte niet uitbetaalde subsidie vanaf het moment dat betaling van de subsidie had moeten plaatsvinden.

3.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. Het Uwv heeft opgemerkt dat hoewel het overzicht met definities van de kansberoepen niet is gepubliceerd, wel doorslaggevende betekenis moet worden toegekend aan de door het Uwv gehanteerde functieomschrijvingen. De opleiding van appellant heeft weliswaar (belangrijke) raakvlakken met de functie van vertegenwoordiger agrarische producten, maar dat betekent volgens het Uwv niet dat deze opleiding specifiek is gericht op het beroep. Het niveau van de opleiding die appellant volgt is aanzienlijk hoger dan het opleidingsniveau dat wordt gevraagd bij het kansberoep en de opleiding is veel specialistischer. Een bevestiging voor het standpunt dat de opleiding niet is gericht op het kansberoep ‘vertegenwoordiger agrarische producten’ wordt gevonden in de omstandigheid dat appellant na afronding van zijn studie graag zou willen werken als accountmanager genetica/vertegenwoordiger leghennen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De volgende bepalingen, zoals deze golden ten tijde hier in geding, zijn van belang.

Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Regeling kan de persoon (…) uitsluitend voor subsidie in aanmerking komen indien de scholing is gericht op een kansberoep.

Op grond van artikel 20a van de Regeling kan de subsidie, bedoeld in artikel 3, voor de scholing richting een kansberoep dat is opgenomen in de bijlage, bedoeld in artikel 1, zoals deze bijlage luidde op 30 november 2016, tot en met 14 december 2016 worden aangevraagd.

Op grond van artikel 20a van de Regeling is op een aanvraag die wordt ingediend na aanvang van de scholing, de bijlage, bedoeld in artikel 1, zoals deze bijlage luidde op de startdatum van de scholing van toepassing.

4.2.

Partijen verschillen van mening over de vraag of de opleiding Master Animal Sciences opleidt tot een kansberoep. Appellant is met deze opleiding gestart op 5 september 2016, zodat op grond van artikel 20a van de Regeling de lijst met kansberoepen, zoals deze tot 1 december 2016 luidde, van toepassing is. Dit betekent dat de aanvraag van appellant om een scholingsvoucher alleen kan worden ingewilligd als de door hem gevolgde opleiding opleidt tot het op die lijst vermelde kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten.

4.3.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de opleiding Master Animal Sciences niet opleidt tot het kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten en dat een accountmanager niet hetzelfde beroep uitoefent als een vertegenwoordiger agrarische producten. Uit de door het Uwv overgelegde functiebeschrijvingen van de functie van vertegenwoordiger agrarisch producten en de functie van accountmanager agrarische producten blijkt dat het om daadwerkelijk andere functies gaat. Zo houdt de vertegenwoordiger zich bezig met het bezoeken van bedrijven, winkeliers en inkopers van winkelketens en groothandels om agrarische producten te verkopen. Een accountmanager realiseert en onderhoudt commerciële relaties met (mogelijke) klanten en afnemers van agrarische producten en helpt bij (onder andere) de realisering van de verkoop- en omzetdoelstelling. De functie van accountmanager is een zwaardere en bredere functie waarvoor ook een hoger opleidingsniveau is vereist. Uit de door appellant overgelegde informatie van de Wageningen Universiteit blijkt verder dat de opleiding Master Animal Sciences een academische studie betreft en dat afgestudeerden met name werkzaam zijn in onderzoeksfuncties aan universiteiten of binnen bedrijven. Hieruit volgt dat deze opleiding niet is gericht op het kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten.

4.4.

Uit 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Bij dit oordeel is er geen grond voor schadevergoeding zodat dat verzoek zal worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.

Deze uitspraak is gedaan door C.C.W. Lange als voorzitter en H.G. Rottier en

G.A.J. van den Hurk als leden, in tegenwoordigheid van G.D. Alting Siberg als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 september 2018.

(getekend) C.C.W. Lange

(getekend) G.D. Alting Siberg

IvR