Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2959

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2018
Datum publicatie
02-10-2018
Zaaknummer
17/6557 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De aflossingscapaciteit is door het college op nihil gesteld. Het bezwaar tegen de terugvordering is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 6557 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 augustus 2017, 17/1049 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)

Datum uitspraak: 28 augustus 2018

Zitting heeft: M. Schoneveld

Griffier: J. Tuit

Appellant is in persoon verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

drs. N.M.H.A. van Hirtum.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Bij besluit van 6 januari 2017 heeft het college aan appellant medegedeeld dat een

bedrag van € 225,58 openstaat onder verwijzing naar de terugvordering bij het

besluit van 12 augustus 2016 van op grond van de Participatiewet verstrekte bijzondere

bijstand voor de kosten van bewindvoering. Vervolgens heeft het college bij besluit van

6 januari 2017 de op dat moment bestaande aflossingscapaciteit van appellant op nihil

vastgesteld.

2. Het gaat in hoger beroep om beantwoording van de vraag of de rechtbank bij de

aangevallen uitspraak terecht heeft geoordeeld dat het college bij het besluit van

21 februari 2017 (bestreden besluit) op goede gronden het bezwaar tegen het besluit van

6 januari 2017 niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. Bij het besluit van 12 augustus 2016 heeft het college de bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over de periode van 1 mei 2016 tot en met 30 juni 2016 ingetrokken en de over die periode gemaakte kosten van bijstand teruggevorderd tot een bedrag van € 222,58, welk besluit in rechte is komen vast te staan. Het bezwaar van appellant richtte zich enkel tegen de in het besluit van 6 januari 2017 vermelde terugvordering van

€ 222,58. Deze vermelding is, zo heeft de rechtbank met juistheid overwogen, niet op rechtsgevolg gericht en is enkel een mededeling van feitelijk aard met betrekking tot de eerdere terugvordering op grond van het besluit van 12 augustus 2016.

4. In wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet de Raad geen aanleiding voor

een ander oordeel. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) J. Tuit (get.) M. Schoneveld

LO