Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2948

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-09-2018
Datum publicatie
27-09-2018
Zaaknummer
17-6440 WAO-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 september 2018

17/6440 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 mei 2017, 16/7734 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Zitting heeft: H.C.P. Venema

Griffier: C.A.E. Bon

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 1 december 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.

De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 12 januari 2018. Het door appellant ingediende verzetschrift is gedateerd op 3 januari 2018, is blijkens de poststempel op 12 januari 2018 ter post bezorgd en is op 26 januari 2018 bij de Raad ontvangen. Het verzetschrift is weliswaar voor het einde van de termijn ter post bezorgd, maar niet binnen een week na afloop van de termijn ontvangen. Derhalve is niet voldaan aan beide voorwaarden die in artikel 6:9, tweede lid, van de Awb, zijn gesteld. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.

Appellant heeft als reden van de termijnoverschrijding aangevoerd dat hij ziek is. De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat hij om medische redenen niet in staat is geweest tijdig verzet te (laten) doen.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) C.A.E. Bon (getekend) H.C.P. Venema

JL