Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2886

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
17/867 AKW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 867 AKW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek in herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 december 2016, 16/1947

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 6 september 2018

Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Griffier: W.M. Swinkels

Ter zitting is verschenen: mr. A. Marijnissen namens de Svb

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Bij de uitspraak van 9 december 2016, waarvan nu herziening wordt verzocht, heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2016, 14/14, waarbij het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit niet‑ontvankelijk is verklaard omdat de Svb met de nieuwe beslissing op het bezwaar volledig is tegemoetgekomen aan hetgeen verzoeker met zijn beroep wenste te bereiken. In die uitspraak heeft de Raad verder overwogen dat over de bezwaren van verzoeker tegen een nadien door de Svb genomen besluit, waarbij kennelijk het recht op kinderbijslag is beëindigd, in dit geding geen oordeel gegeven kan worden.

Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren ze bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Verzoeker heeft gevraagd zijn recht op kinderbijslag voor zijn jonge kinderen te continueren en de kinderbijslag niet te beëindigen van de kinderen die de leeftijd van 18 jaar bereiken.

De Svb heeft gesteld dat het herzieningsverzoek moet worden afgewezen, omdat geen sprake is van een feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

De gronden van het verzoek om herziening komen erop neer dat verzoeker opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover is beslist bij de uitspraak van de Raad van 9 december 2016. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) W.M. Swinkels (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

TM