Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2839

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
20-09-2018
Zaaknummer
17/8011 WMO15
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning. Pgb. Geen aanwijzing dat het college het aantal uren schoonmaakondersteuning per week niet juist heeft vastgesteld. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 8011 WMO15

Datum uitspraak: 19 september 2018

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 11 december 2017, 17/1792 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Emmen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.J.P. Cats, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2018. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Cats. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P. Bethlehem.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 15 december 2016 en aangevuld bij besluit van 22 december 2016 heeft het college appellante op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget voor vier uur per week voor de periode van 15 december 2016 tot 15 december 2021. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het aantal uren. Volgens haar is vijfeneenhalf uur per week nodig. Er is te weinig tijd gerekend voor het schoonmaken van de keuken, voor het stofzuigen en voor het bed verschonen. Zij wijst op haar allergie en psoriasis waardoor meer tijd nodig is om het huis schoon te houden.

1.2.

Bij besluit van 4 april 2017 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard. Volgens het college is rekening gehouden met extra schoonmaaktijd vanwege de incontinentieproblematiek en de psoriasis van appellante en heeft appellante niet onderbouwd welke handelingen dan nog extra nodig zijn. Het college wijst op de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 maart 2016, 14/687, die ook betrekking had op een geschil met appellante over de omvang van de schoonmaakondersteuning en waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat uitbreiding van de toegekende drie uur per week schoonmaakondersteuning nodig is. Deze uitspraak heeft kracht van gewijsde gekregen.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank ziet in wat appellante heeft aangevoerd geen aanwijzing dat het college het aantal uren schoonmaakondersteuning per week niet juist heeft vastgesteld. Het college is hierbij uitgegaan van de normtijden zoals neergelegd in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2012. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt waarom in afwijking van deze normtijden in haar geval vijfeneenhalf uur per week nodig is. De door appellante in het geding gebrachte verklaring van haar huishoudelijke hulp is daarvoor ontoereikend. Deze bevat een overzicht van tijdsduren voor verschillende werkzaamheden, maar niet hoe zij daartoe is gekomen. Een onderbouwing waarom de vier uren ontoereikend zijn ontbreekt, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat het college extra tijd heeft gerekend vanwege de gezondheidsproblemen van appellante.

3.1.

Appellante heeft in zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

3.2.

Het college heeft in verweer bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel.

4.2.

Uit wat bij 4.1 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2018.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) H. Achtot

IJ