Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2834

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-09-2018
Datum publicatie
20-09-2018
Zaaknummer
17/7224 BABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart, type bestuurder, terecht geweigerd. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en volstaat met een verwijzing daarnaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 7224 BABW

Datum uitspraak: 19 september 2018

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

21 september 2017, 17/1778 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Akdeniz, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2018. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Akdeniz. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P. Haex.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Op 22 november 2016 heeft appellant een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), type bestuurder.

1.2.

Hierop heeft het college medisch advies bij Trivium Plus ingewonnen. Op 4 januari 2017 heeft de medisch adviseur geadviseerd de aanvraag af te wijzen, omdat appellant niet voldoet aan de criteria voor een GPK, type bestuurder. Volgens de medisch adviseur is er geen medische reden dat appellant geen 100 meter zou mogen of kunnen lopen. Appellant kan met zijn aandoeningen nog vijf tot vijftien minuten in een rustig tempo lopen en dit komt overeen met een loopafstand van een paar honderd meter. Dit past volgens de medisch adviseur ook bij het beeld dat appellant nog beperkt kan traplopen. Het nu verstrekken van een GPK zou er volgens de medisch adviseur toe kunnen leiden dat appellant nog minder gaat bewegen en dat zijn conditie nog verder achteruit zal gaan.

1.3.

Het college heeft bij besluit van 16 januari 2017 de aanvraag voor een GPK, onder verwijzing naar het medisch advies, afgewezen.

1.4.

Het college heeft bij besluit van 9 mei 2017 (bestreden besluit) het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat er geen aanleiding is te concluderen dat het college het medisch advies van Trivium Plus niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Uit het advies blijkt dat de medisch adviseur appellant heeft gesproken, een anamnese heeft afgenomen en observaties heeft verricht. Verder heeft de medisch adviseur zijn conclusie dat er geen medische redenen zijn dat appellant geen 100 meter zou kunnen lopen voldoende inzichtelijk gemotiveerd. Appellant heeft geen medische informatie ingebracht op grond waarvan de juistheid van het medisch advies in twijfel zou moeten worden getrokken.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij vanwege zijn klachten een energetische beperking heeft, waardoor hij niet 100 meter aaneengesloten kan lopen. De opmerking van de keuringsarts dat de kans bestaat dat appellant bij verstrekking van een GPK nog minder gaat bewegen waardoor zijn algemene conditie nog meer achteruit gaat is onjuist. Volgens appellant heeft de keuringsarts geen rekening gehouden met de knieklachten en de beperkingen aan zijn benen. De keuringsarts heeft bovendien onvoldoende gemotiveerd waarom appellant een loopafstand van een paar honderd meter kan afleggen. De arts heeft geen looptest uitgevoerd en ook heeft hij appellant niet geobserveerd en lichamelijk onderzocht. Dat appellant in staat is om tot tien minuten te lopen, betekent niet dat hij

100 meter aaneengesloten kan lopen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit.

4.2.

De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en volstaat met een verwijzing daarnaar. De Raad voegt hieraan toe dat er geen aanleiding bestaat om, zoals appellant ter zitting heeft verzocht, een deskundige te benoemen. Appellant heeft voldoende ruimte gehad tot betwisting van de bevindingen van de medisch adviseur, bijvoorbeeld door zelf medische stukken in te dienen. Dat dit niet mogelijk was heeft appellant niet aannemelijk gemaakt. Appellant heeft volstaan met niet onderbouwde mededelingen dat zijn huisarts niet wilde verklaren dat hij geen 100 meter kan lopen en dat hij financieel niet in staat is een eigen deskundige in te schakelen. Dat de huisarts of zijn behandelaren geen informatie wilden of konden verstrekken over de algemene gezondheidssituatie van appellant is niet gebleken, terwijl dergelijke informatie mits consistent en toereikend gemotiveerd, in het algemeen een redelijke mogelijkheid voor appellant vormt om de bestuursrechter van zijn standpunt te overtuigen. Appellant heeft met wat wel door hem naar voren is gebracht geen twijfel gezaaid over het (verloop van het) onderzoek en de inhoudelijke beoordeling door de medisch adviseur van Trivium Plus.

4.3.

Uit hetgeen onder 4.1. en 4.2. is overwogen, volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van H. Achtot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2018.

(getekend) L.M. Tobé

(getekend) H. Achtot

OS