Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2813

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
16/8076 PW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2016:8638, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Niet melden trimmen van honden. Schattenderwijs vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 8076 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 november 2016, 15/8216 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

Datum uitspraak: 14 augustus 2018

Zitting hebben:

J.J.A. Kooijman als voorzitter en M. Hillen en E.C.G. Okhuizen als leden

Griffier: C.A.E. Bon

Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.W. de Jong. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. H. Selçuk, advocaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.002,-;

- bepaalt dat van het college een griffierecht wordt geheven van € 503,-.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Schending van de inlichtingenverplichting levert een rechtsgrond op voor intrekking van de bijstand indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of, en zo ja in hoeverre, de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Indien ondanks de schending van de inlichtingenverplichting het recht op bijstand toch kan worden vastgesteld, ook al is dit nihil, dient het bijstandverlenend orgaan daartoe volgens vaste rechtspraak (uitspraak van

20 september 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB6243) over te gaan. In dat geval is geen plaats voor intrekking van de bijstand op de grond dat als gevolg van de schending van de inlichtingenverplichting het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

Indien na een schending van de inlichtingenverplichting de door de betrokkene gestelde en aannemelijk gemaakte feiten geen grondslag bieden voor een precieze vaststelling van het recht op bijstand, dan is het bijstandverlenend orgaan gehouden schattenderwijs vast te stellen tot welk bedrag de betrokkene in ieder geval wel recht op bijstand zou hebben, op basis van de vaststaande feiten. Het eventuele nadeel voor de betrokkene voortvloeiend uit de resterende onzekerheden mag daarbij wegens schending van de inlichtingenverplichting voor diens rekening worden gelaten. Vergelijk de uitspraak van 27 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT5852.

In dit geval heeft betrokkene consistent verklaard over hoeveel honden zij gemiddeld per maand heeft getrimd in de in geding zijnde periode en over de inkomsten die zij daaruit ontving. Dit komt in grote lijnen overeen met de door haar overgelegde agenda’s. Op basis van de agenda’s kan, mede gelet op de voorhanden stageverslagen, goed onderscheid gemaakt worden tussen de momenten dat betrokkene stage liep en de momenten dat zij voor zichzelf honden trimde. Enkele onduidelijkheden die desondanks zijn blijven bestaan, moeten daarbij voor rekening van betrokkene blijven. Dit betekent dat de inkomsten van betrokkene uit het trimmen van honden schattenderwijs kunnen worden vastgesteld. De Raad merkt op dat indien het college bij het nemen van de nieuwe beslissing op bezwaar uitgaat van vier honden per maand voor een prijs van € 35,- per hond dit de toetsing van de Raad kan doorstaan.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) C.A.E. Bon (get.) J.J.A. Kooijman

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

LO