Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2701

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-08-2018
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
16/83 WWB-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 78z, vierde lid, van de PW is in deze zaak de WWB van toepassing. De rechtbank heeft dit niet juist verwoord, wel juist toegepast. Op grond van omstandigheden kon redelijkerwijs worden betwijfeld of appellanten wel woonden op het bij het college opgegeven adres. Die twijfel is door appellant niet weggenomen. Geen zwaarwegend belang tegenover meewerken aan huisbezoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 83 WWB-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 2 december 2015, 15/1882 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant 1] en [Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)

het college van burgemeester en wethouders van Vught (college)

Datum uitspraak: 21 augustus 2018

Zitting hebben: M. Schoneveld, als voorzitter en J.J.A. Kooijman en M. ter Brugge, als leden

Griffier: F. Demiroğlu

Appellanten hebben zich niet laten vertegenwoordigen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Galen en B. Bergamin.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 78z, vierde lid, van de Participatiewet (PW) in deze zaak de PW van toepassing is en dat de Wet werk en bijstand (WWB) in

materieel opzicht het toetsingskader is. Zoals appellanten terecht aan de orde stellen

[zie beroepsgrond c] is deze overweging niet 100% duidelijk. Op grond van artikel 78z, vierde lid, van de PW is in deze zaak de WWB van toepassing. De rechtbank heeft in haar verdere overwegingen uitsluitend bepalingen van de WWB genoemd. Er is daarom geen aanleiding op die grond de aangevallen uitspraak te vernietigen.

Voor zover appellanten hebben aangevoerd dat er geen redelijke grond bestond voor het afleggen van een huisbezoek op 18 december 2014 slaagt deze beroepsgrond niet. De Raad wijst op de omstandigheid dat appellanten hun woning zelf onbewoond hebben laten verklaren, de gegevens over het lage waterverbruik, de lage kosten voor gas en elektra en het feit dat de afvalcontainer weinig is geleegd. Op grond hiervan kon redelijkerwijs worden betwijfeld of appellanten wel woonden op het bij het college opgegeven adres. Die twijfel heeft appellant tijdens het met hem gevoerde gesprek op 18 december 2014 niet weggenomen.

Appellant heeft geen toestemming gegeven voor het afleggen van het huisbezoek op

18 december 2014. Dat blijkt duidelijk uit het verslag van het gesprek van 18 december 2014. Voor zover appellanten hebben aangevoerd dat een zwaarwegend belang eraan in de weg stond om medewerking te verlenen aan een onmiddellijk af te leggen huisbezoek, slaagt ook deze beroepsgrond niet. Wat appellanten hebben betoogd over de culturele achtergrond van appellanten, de gezondheidssituatie van appellante en de opstelling van een van de medewerkers van het college tijdens het gesprek op 18 december 2014 biedt geen aanknopingspunt om een dergelijke zwaarwegend belang aan te nemen.

Ook wat appellanten overigens hebben aangevoerd leidt er niet toe dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) F. Demiroglu (getekend) M. Schoneveld

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep