Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2633

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-08-2018
Datum publicatie
24-08-2018
Zaaknummer
17/7835 WW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In verzet is gebleken dat appellant, na afwijzing van zijn verzoek om vrijstelling van het griffierecht binnen de termijn waarin het griffierecht moest worden betaald, bij de gemeente Apeldoorn bijzondere bijstand heeft aangevraagd voor de kosten van het griffierecht. Bij besluit van 12 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn deze aanvraag gehonoreerd en te kennen gegeven het gevraagde bedrag over te maken op het rekeningnummer van het LDCR. Het bedrag is ontvangen op 16 april 2018. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest. Het verzet wordt gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 augustus 2018

17/7835 WW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 oktober 2017, 17/303 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 9 mei 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 9 mei 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Daartoe heeft de Raad onder meer overwogen dat bij brief van 9 maart 2018 aan appellant is meegedeeld dat hij niet voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht en dat hij tot en met 10 april 2018 de gelegenheid krijgt om het griffierecht te voldoen.

In verzet is gebleken dat appellant, na afwijzing van zijn verzoek om vrijstelling van het griffierecht binnen de termijn waarin het griffierecht moest worden betaald, bij de gemeente Apeldoorn bijzondere bijstand heeft aangevraagd voor de kosten van het griffierecht. Bij besluit van 12 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn deze aanvraag gehonoreerd en te kennen gegeven het gevraagde bedrag over te maken op het rekeningnummer van het LDCR. Het bedrag is ontvangen op 16 april 2018.

Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 9 mei 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

23 augustus 2018.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

LO