Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2616

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-08-2018
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
17/5436 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Re-integratieverplichting. Betrokkene heeft niet deelgenomen en is geëmigreerd naar de Oekraïne. Er is geen maatregel opgelegd. Geen procesbelang. Niet-ontvankelijkverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 5436 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 21 juni 2017, 16/1965 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] , verblijvende in Oekraïne (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Gennep (college)

Datum uitspraak: 7 augustus 2018

Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte

Griffier: S.A. de Graaff

Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door K.F.M. Sengers en E.A.C. van Gellecom.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Bij besluit van 26 januari 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 31 mei 2016 (bestreden besluit), heeft het college aan appellant de verplichting opgelegd deel te nemen aan een re-integratietraject bij Intos. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij e-mail van 20 juli 2018 heeft appellant de Raad bericht dat hij op 26 maart 2018 is geëmigreerd naar Oekraïne. Ter zitting heeft het college bevestigd dat appellant in verband met zijn emigratie naar Oekraïne niet langer bijstand ingevolge de Participatiewet (PW) ontvangt van de gemeente Gennep. Het college heeft ter zitting verder te kennen gegeven dat appellant nimmer aan het traject bij Intos heeft deelgenomen en aan hem hiervoor geen maatregel is opgelegd.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 23 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1119) is eerst sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van een bezwaar of het indienen van beroep of hoger beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.

Het door appellant met het hoger beroep beoogde resultaat was niet dat hij niet verplicht zou zijn om deel te nemen aan het traject bij Intos. Appellant heeft feitelijk niet deelgenomen aan dit traject. Doordat appellant is geëmigreerd naar Oekraïne en hij daardoor niet langer bijstand ingevolge de PW ontvangt, is hij niet meer gebonden aan de verplichtingen die uit deze wet voortvloeien. Daaronder valt de verplichting om deel te nemen aan het re-integratietraject bij Intos. Nu het college ook geen maatregel aan appellant heeft opgelegd, betekent dit dat het belang van appellant bij een beoordeling van het hoger beroep is komen te vervallen. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) S.A. de Graaff (get.) O.L.H.W.I. Korte

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

IJ