Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2482

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-08-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
17/731 WIA-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Uit de door appellant verstrekte gegevens blijkt dat hij voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. De Raad ziet vooralsnog af van het heffen van griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 augustus 2018

17/731 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2016, 15/2223 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] , Polen (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 31 januari 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 juni 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 31 januari 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet is gebleken dat appellant, binnen de termijn waarin het griffierecht moest worden betaald, een verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht heeft gedaan. Uit de door appellant verstrekte gegevens blijkt dat hij voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. De Raad ziet vooralsnog af van het heffen van griffierecht.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 31 januari 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2018.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) N.L. Kuipers

POSTANOWIENIE

Centralna Rada Odwoławcza oświadcza, że odwołanie jest podstawne.

Niniejsze orzeczenie zostało wydane przez H.C.P. Venema, w obecności N.L. Kuipers jako sekretarza sądowego. Postanowienie zostało publicznie ogłoszone w dniu 9 augustus 2018.

(podpisano) H.C.P. Venema

(podpisano) N.L. Kuipers

RH