Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2469

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-08-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
16/6874 AKW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2004 tot en met het derde kwartaal van 2009. Appellant heeft niet op eenvoudig te controleren wijze zijn voor het recht op kinderbijslag vereiste onderhoud aangetoond. Van dringende redenen om af te zien van terugvordering is niet gebleken. De inlichtingenverplichting is niet nagekomen. Boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/6874 en 16/7314 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 23 september 2016, 15/4554 en 15/4831 (aangevallen uitspraken)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 9 augustus 2018

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.

De Svb heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2018. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellants zoon [naam] , geboren [in] 1997, heeft gedurende de schooljaren 2004/2005 tot en met 2008/2009 onderwijs gevolgd in Marokko. [naam] woonde gedurende deze jaren bij de moeder van appellant. De Svb was hiervan niet op de hoogte. Appellant heeft in genoemde periode kinderbijslag ten behoeve van [naam] ontvangen.

1.2.

In april 2014 heeft appellants echtgenote bij de Svb telefonisch geïnformeerd naar de mogelijkheid dubbele kinderbijslag ten behoeve van [naam] te ontvangen over de periode waarin hij in Marokko onderwijs volgde. De Svb heeft toen een onderzoek gestart naar het recht op kinderbijslag over deze periode. Appellant is verzocht schoolverklaringen over te leggen en bewijzen van onderhoud te leveren. Appellant heeft geen stukken ingezonden.

1.3.

Bij besluit van 4 februari 2015 heeft de Svb kinderbijslag ten behoeve van [naam] vanaf het vierde kwartaal van 2004 tot en met het derde kwartaal van 2009 geweigerd. Bij besluit van 6 maart 2015 is de over deze periode betaalde kinderbijslag ten bedrage van € 4.592,73 van appellant teruggevorderd en is appellant wegens het niet tijdig melden van de verhuizing van [naam] een boete opgelegd van € 230,-.

1.4.

In bezwaar heeft appellant schoolverklaringen overgelegd alsmede bewijzen van de kosten voor het onderwijs. Daarnaast heeft appellant een verklaring van zijn moeder ingezonden waarin deze verklaart bijdragen in het onderhoud van appellant te hebben ontvangen. Bij beslissingen op bezwaar van 16 juni 2015 (bestreden besluiten) heeft de Svb zijn besluiten van 4 februari 2015 en 6 maart 2015 gehandhaafd.

2.1.

Appellant is in beroep gekomen tegen de bestreden besluiten. Hij heeft aangevoerd dat hij veel kosten heeft gemaakt voor [naam] . Hij heeft verwezen naar de verklaring van zijn moeder en gesteld dat hij wegens zijn geloofsovertuiging geen gebruik maakt van de diensten van een bank. Bovendien wist de leerplichtambtenaar van de gemeente dat [naam] in Marokko onderwijs volgde en ging appellant ervan uit dat deze ambtenaar dit aan de Svb zou doorgeven, zoals de gemeente ook andere gegevens, zoals de geboorte van een kind doorgeeft. Appellant heeft kopieën van een oud Marokkaans paspoort overgelegd, waarin in- en uitreisstempels staan. Hij heeft ook gebruik gemaakt van zijn Nederlandse paspoort, maar dit heeft hij ingeleverd, aldus appellant.

2.2.

De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat appellant niet op eenvoudig te controleren wijze zijn voor het recht op kinderbijslag vereiste onderhoud van [naam] heeft aangetoond. Dat appellant op grond van zijn geloofsovertuiging zo weinig mogelijk gebruik maakt van de diensten van een bank, ontslaat hem niet van het aannemelijk maken van zijn onderhoud. Van dringende redenen om af te zien van terugvordering van de ten onrechte betaalde kinderbijslag is de rechtbank niet gebleken. Verder heeft de rechtbank overwogen dat appellant niet eerder dan in april 2014 melding heeft gemaakt van het verblijf van [naam] in Marokko vanaf 2004 en dus de op hem rustende inlichtingenverplichting niet is nagekomen. Dat appellant niet op de hoogte was van deze verplichting, komt voor zijn rekening. Dat de leerplichtambtenaar op de hoogte was van de omstandigheden, ontslaat appellant niet van zijn verplichting de verhuizing van [naam] aan de Svb door te geven. Er is derhalve terecht een boete opgelegd. Tegen de hoogte van de boete zijn door appellant geen gronden aangevoerd.

3.1.

In hoger beroep heeft appellant naar voren gebracht dat hij te zwaar wordt gestraft voor het niet nakomen van zijn inlichtingenverplichting. Doordat [naam] door de scholen in zijn woonomgeving werd geweigerd, moest een oplossing worden gezocht. Deze is gevonden door hem in Marokko basisonderwijs te laten volgen. Het was voor appellant en zijn echtgenote zwaar om [naam] , die toen zeven jaar oud was, op 3000 kilometer afstand onderwijs te laten volgen. Gelukkig is dit goed gegaan en kon [naam] na deze periode in Nederland verder onderwijs volgen. Het was een moeilijke tijd, waarin appellant door veel instanties werd tegengewerkt. Hierin zijn dringende redenen gelegen tot een ander oordeel te komen. Hij heeft zich in deze hectische periode niet gerealiseerd dat hij het vertrek van [naam] aan de Svb moest doorgeven. Ter zitting heeft appellant nog naar voren gebracht dat hij al in 2008 en 2009 telefonisch bij de Svb heeft geïnformeerd naar de mogelijkheid dubbele kinderbijslag voor [naam] te krijgen.

3.2.

De Raad ziet geen aanleiding tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen, wordt onderschreven. Wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, leidt niet tot de conclusie dat sprake is van bijzondere omstandigheden die hadden moeten leiden tot een beperking van de terugwerkende kracht van de weigering van kinderbijslag of tot een beperking van de terugvordering of de boete. Te begrijpen valt dat in 2004 sprake was van een hectische periode, waarin de aandacht van appellant door andere omstandigheden werd opgeëist dan de aan zijn recht op kinderbijslag verbonden eisen. Dit kan echter niet verklaren waarom het tot april 2014 moest duren totdat de verhuizing van [naam] bij de Svb werd gemeld. Dat appellant al in 2008 of 2009 telefonisch contact heeft gehad met de Svb over de situatie van [naam] , blijkt volgens de Svb niet uit telefoonnotities in het dossier. Bovendien zou ook deze melding te laat zijn geweest.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R.P.W. Jongbloed als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

9 augustus 2018.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) R.P.W. Jongbloed

RB