Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2457

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-07-2018
Datum publicatie
13-08-2018
Zaaknummer
16/6785 PW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:5869, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet verschijnen op workshop met sollicitatietraining. Geen gebruik maken van de voorziening. Geüniformeerde maatregel van 100% voor 1 maand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 6785 PW

Datum uitspraak: 31 juli 2018

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 september 2016, 16/2885 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.A.H. Matthijssen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 juni 2018, waar partijen, met bericht, niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontvangt met ingang van 29 juni 2015 bijstand ingevolge de Participatiewet (PW) naar de norm voor een alleenstaande.

1.2.

In het kader van zijn re-integratie heeft appellant op 21 oktober 2015 contact gehad met een coach van het re-integratiebedrijf Sagènn (coach). Appellant heeft met de coach afgesproken dat hij zou verschijnen op een aantal workshops waarin een sollicitatietraining werd gegeven op 28 oktober 2015, 30 oktober 2015 en op 3 november 2015. Appellant is zonder bericht van verhindering niet verschenen op de workshops van 28 en 30 oktober 2015. Vervolgens heeft de coach appellant bij brief van 30 oktober 2015 officieel gewaarschuwd en hem verzocht om binnen twee dagen contact met hem op te nemen. Ook op de workshop van 3 november 2015 is appellant zonder bericht niet verschenen. Wel heeft appellant naar aanleiding van de waarschuwingsbrief op 5 november 2015 per e-mailbericht contact opgenomen met de coach. Appellant heeft toen onder meer meegedeeld dat hij een neusholteontsteking had. Ten slotte heeft een medewerker van de dienst Werk & Inkomen

van de gemeente Tilburg op 12 november 2015 nog een gesprek met appellant gevoerd

voor hoor en wederhoor. De inhoud van dat gesprek is weergegeven in een rapportage van

13 november 2015.

1.3.

Bij besluit van 13 november 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 7 april 2016 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellant vanaf 1 december 2015 gedurende een maand met 100% verlaagd op de grond dat appellant niet of onvoldoende heeft meegewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat en voor zover hier van belang, het volgende overwogen. Door op 28 oktober 2015, 30 oktober 2015 en 3 november 2015 niet te verschijnen op de workshops is appellant de verplichting als bedoeld in artikel 18,

vierde lid, aanhef en onder h, van de PW niet nagekomen. Daarvan kan hem een verwijt worden gemaakt. Appellant wist wanneer hij op de workshops werd verwacht. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij wegens arbeidsongeschiktheid niet in staat was aan de workshops deel te nemen. De datum van ontvangst van de waarschuwingsbrief is niet relevant, omdat appellant voordien al in gebreke was in de naleving van de arbeidsverplichtingen.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft daartoe evenals in beroep aangevoerd dat het hem niet te verwijten is dat hij de workshop niet heeft gevolgd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in dat oordeel van de rechtbank en de overwegingen, zoals onder 2 weergegeven, waarop dat oordeel rust.

4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2018.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) C.A.E. Bon

IJ