Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2369

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-07-2018
Datum publicatie
13-08-2018
Zaaknummer
16/7561 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen belang bij oordeel over terugvordering van de zorgpremie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 7561 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 november 2016, 16/4240 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

Datum uitspraak: 17 juli 2018

Zitting hebben: A.M. Overbeeke als voorzitter en J.N.A. Bootsma en E.C.G. Okhuizen als leden.

Griffier: J. Tuit

Partijen zijn, met bericht, niet ter zitting verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Het college heeft bij besluit van 19 januari 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 23 mei 2016 (bestreden besluit), de bijstand van appellant wegens zijn detentie ingetrokken per 3 december 2015 en de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 3 december 2015 tot en met 31 december 2015 tot een bedrag van € 855,50 van hem teruggevorderd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Ook in hoger beroep is het geschil beperkt tot de vraag of de door het college vanuit de bijstand van appellant betaalde zorgpremie van € 152,53 over de maand december 2015 in mindering moet worden gebracht op het van appellant terug te vorderen bedrag.

4. Gebleken is dat het Zorginstituut Nederland de zorgpremie van € 152,53 heeft gerestitueerd aan het college en dat het college dat bedrag van € 152,53 in mindering heeft gebracht op de vordering.

5. Dit betekent dat wat appellant met zijn hoger beroep beoogt te bereiken geen feitelijke betekenis voor hem kan hebben. Appellant heeft geen procesbelang meer, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) J. Tuit (getekend) A.M. Overbeeke

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

sg