Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2362

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
02-08-2018
Zaaknummer
16/4750 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Evenals de rechtbank heeft gedaan, wordt het Uwv gevolgd in het standpunt dat appellant niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering, omdat de bij hem bestaande volledige arbeidsongeschiktheid niet tevens duurzaam is te achten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft met juistheid gewezen op de informatie van Mentrum van 29 maart 2015, waarin is vermeld welke behandelingen worden ingezet en dat door middel van EMDR zeker nog verbetering bereikt kan worden. Ook in de brief van psychiater Morsch van 22 oktober 2015 wordt een concrete behandeling vermeld, namelijk medicatiewijziging en vervolgens EMDR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 4750 WIA

Datum uitspraak: 26 juli 2018

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

24 juni 2016, 16/36 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.C.F. Kramer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juni 2018. Namens appellant is

mr. Kramer verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Z. Seyban.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is laatstelijk werkzaam geweest als schoonmaker en hij heeft zich op 30 januari 2008 ziekgemeld met psychische klachten. Bij besluit van 20 mei 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Op 28 maart 2011 heeft appellant zijn werkzaamheden als schoonmaker hervat voor 20 uur per week. Op 14 september 2011 heeft hij zich opnieuw ziekgemeld. Het Uwv heeft bij besluit van 29 juni 2012 vastgesteld dat appellant met ingang van 14 september 2011 recht heeft op een loonaanvullingsuitkering. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 100%.

1.2.

Op 10 februari 2015 heeft appellant het spreekuur bezocht van een verzekeringsarts, die appellant onveranderd als volledig arbeidsongeschikt heeft aangemerkt, maar geen duurzame arbeidsbeperkingen (meer) ziet. Die bevindingen liggen ten grondslag aan het besluit van het Uwv van 14 mei 2015. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit heeft het Uwv bij besluit van 26 november 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en overwogen dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is. Naar het oordeel van de rechtbank volgt ook uit de brieven van 29 maart 2015 van Mentrum en van

22 oktober 2015 van psychiater E. Morsch dat er nog behandel- en verbetermogelijkheden zijn. Uit de brief van Mentrum blijkt dat een behandeling zal worden gestart, waarvan onder meer EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) onderdeel zal uitmaken. De rechtbank leest de vermelding in de brief van Mentrum dat ‘middels EMDR nog zeker verbetering zou kunnen worden bereikt’ in samenhang met en tegen de achtergrond van de overige in te zetten behandelmiddelen. Uit de brief van Morsch blijkt dat, hoewel eerdere EMDR-behandeling onvoldoende verbetering heeft opgeleverd, er na medicatieophoging

of -wijziging nogmaals met EMDR kan worden gestart. De rechtbank heeft nog overwogen dat Mentrum ondanks de ook door Mentrum vastgestelde psychosociale of omgevingsproblemen heeft geconcludeerd tot de hiervoor vermelde behandelmethoden.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij duurzaam volledig arbeidsongeschikt is. Verbetering van zijn belastbaarheid is in het eerstkomende jaar en daarna niet of nauwelijks te verwachten. Appellant heeft gewezen op de brief van 12 maart 2012 van psychiater S. Kool, waarin is vermeld dat appellant het beste verwezen kan worden naar de langdurige transmurale psychiatrie gezien de chroniciteit van zijn klachten. EMDR heeft in het verleden wel tot enige verbetering geleid, maar desondanks bleven benutbare mogelijkheden uit. De laatste EMDR-therapie is niet geslaagd. Volgens appellant moet wel degelijk waarde worden gehecht aan de aan zijn persoon gebonden factoren, waaronder zijn sociale problematiek, omdat gebleken is dat hij moeizaam nieuwe copingvaardigheden aanleert.

3.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA, hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

4.2.

De Raad heeft in zijn uitspraak van 4 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1896, geoordeeld dat de verzekeringsarts zich een oordeel dient te vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA, waarbij hij een inschatting moet maken van de herstelkansen, in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel dient te berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn. Indien die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een motivering vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde.

4.3.

Evenals de rechtbank heeft gedaan, wordt het Uwv gevolgd in het standpunt dat appellant niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering, omdat de bij hem bestaande volledige arbeidsongeschiktheid niet tevens duurzaam is te achten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft met juistheid gewezen op de informatie van Mentrum van 29 maart 2015, waarin is vermeld welke behandelingen worden ingezet en dat door middel van EMDR zeker nog verbetering bereikt kan worden. Ook in de brief van psychiater Morsch van 22 oktober 2015 wordt een concrete behandeling vermeld, namelijk medicatiewijziging en vervolgens EMDR.

Dat appellant al langere tijd volledig arbeidsongeschikt wordt geacht en behandelingen tot nu toe door verschillende oorzaken – verblijf in het buitenland en copingproblemen – onvoldoende effect hebben gesorteerd doet er niet aan af dat zijn behandelaars hebben vermeld zeker verbetering van de behandelplannen te verwachten.

4.4.

Gelet op wat in 4.1 tot en met 4.3 is overwogen slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Gelet op dat oordeel zal het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk als voorzitter en E.J.J.M. Weyers en

R.C. Stam als leden, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2018.

(getekend) J.S. van der Kolk

(getekend) M.A.A. Traousis

KS