Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2338

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-07-2018
Datum publicatie
04-08-2020
Zaaknummer
18/1232 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het incidenteel hogerberoepschrift is op 28 februari 2018 ontvangen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het incidenteel hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. Bij brief van 7 mei 2018 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft daarop niet gereageerd. Het incidenteel hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2020/469
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 31 juli 2018

18/1232 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, 8:108 en 8:110 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het incidenteel hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 oktober 2017, 17/2349, 17/2353, 17/2358, 17/2362 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge de artikelen 8:110, tweede lid en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het instellen van incidenteel hoger beroep bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de gronden van het hoger beroep aan de desbetreffende partij zijn gezonden. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De gronden van het hoger beroep zijn op 9 januari 2018 in afschrift aan appellant toegezonden.

Het incidenteel hogerberoepschrift is op 28 februari 2018 ontvangen.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het incidenteel hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 7 mei 2018 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop niet gereageerd.

Het incidenteel hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van L.R. Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2018.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) L.R. Carlier

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

RH