Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2312

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
17/3115 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgewezen aanvraag. Geen hoofdverblijf op uitkeringsadres en voeren gezamenlijke huishouding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 3115 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 maart 2017, 16/6289 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (college)

Datum uitspraak: 10 juli 2018

Zitting heeft: W.H. Bel als lid van de enkelvoudige kamer.

Griffier: S.H.H. Slaats

Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overweging:

In hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2017:1939) heeft appellante gronden aangevoerd over het hebben van hoofdverblijf op het opgegeven adres in de periode van 3 november 2015 tot en met
3 december 2015 (periode 1) en over het ontbreken van wederzijdse zorg in relatie tot haar tante, [naam tante] ( [X] ), met wie zij – wat tussen partijen niet in geschil is – een gezamenlijk hoofdverblijf heeft op het opgegeven adres in de periode van 11 februari 2016 tot en met 6 april 2016 (periode 2). Deze gronden zijn een herhaling van wat appellante in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dat wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust. Het college heeft dan ook terecht de aanvraag om bijstand afgewezen op de grond dat appellante in periode 1 geen hoofdverblijf had op het opgegeven adres en in periode 2 een gezamenlijke huishouding voerde met [X].

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) S.H.H. Slaats (getekend) W.H. Bel

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over gezamenlijke huishouding.