Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2293

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
30-07-2018
Zaaknummer
16/6009 WWB-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugvordering in verband met niet melden van bankrekening en verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 6009 WWB-PV, 18/1808 WWB-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 augustus 2016, 16/2167 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

Datum uitspraak: 10 juli 2018

Zitting hebben:

J.L. Boxum als voorzitter en J.J.A. Kooijman en P.W. van Straalen als leden.

Griffier: S.A. de Graaff

Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. R. Montoya. Het college is, met bericht, niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 9 november 2015 ongegrond.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

  • -

    Niet in geschil is dat appellant in strijd met de inlichtingenverplichting zijn buitenlandse bankrekening niet heeft gemeld. De beroepsgrond dat appellant niet wist dat hiernaar op het aanvraagformulier is gevraagd, omdat hij bij het invullen van het aanvraagformulier de hulp had ingeschakeld van de [Stichting] en deze stichting hem daarop niet had gewezen, slaagt niet. Dat deze door appellant ingeschakelde derde appellant niet heeft gewezen op de verplichting zijn buitenlandse rekening te melden, dient voor zijn rekening en risico te blijven.

  • -

    Niet in geschil is dat appellant werkzaamheden heeft verricht en deze niet heeft gemeld. De beroepsgrond dat deze werkzaamheden niet op basis van een arbeidsovereenkomst zijn verricht, maar op basis van een vriendendienst, slaagt niet. De desbetreffende werkzaamheden, het maken van technische tekeningen, zijn naar hun aard op geld waardeerbaar werkzaamheden. Appellant heeft hiermee redelijkerwijs een inkomen kunnen verwerven.

  • -

    Van dringende redenen om van de terugvordering af te zien is niet gebleken.

  • -

    Tegen het bruteringsbesluit van 9 november 2015 zijn geen afzonderlijke beroepsgronden aangevoerd.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) S.A. de Graaff (getekend) J.L. Boxum

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep