Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:226

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
25-01-2018
Zaaknummer
15/5799 AWBZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling eigen bijdrage. Er is geen sprake van schending van artikel 1 van het EP. Niet gezegd kan worden dat de vastgestelde eigen bijdrage in het geval van appellant tot een “individual and excessive burden” leidt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5799 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 16 juli 2015, 15/887 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

Datum uitspraak: 24 januari 2018

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam] , in zijn hoedanigheid van curator van appellant, hoger beroep ingesteld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft tezamen met de zaak 16/4950 WLZ plaatsgevonden op

1 november 2017. Namens appellant is [naam] verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. Imhoff.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant verblijft in een instelling als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Hij is op grond van de AWBZ en het Bijdragebesluit zorg (Bbz) maandelijks een bijdrage verschuldigd voor de kosten van zorg en verblijf (eigen bijdrage).

1.2.

Bij besluit van 23 september 2014 heeft CAK de door appellant te betalen eigen bijdrage per 1 januari 2014 (gewijzigd) vastgesteld op € 2.248,60 per maand.

1.3.

Namens appellant is bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 september 2014.

1.4.

Bij besluit van 14 januari 2015 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar ongegrond verklaard. Volgens CAK is de eigen bijdrage juist vastgesteld. Hierbij heeft CAK er op gewezen dat op grond van artikel 6, vierde lid, van de AWBZ en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van het Bbz 8% van de grondslag sparen en beleggen wordt meegenomen bij de berekening van de eigen bijdrage. Deze vermogensinkomensbijtelling (VIB) is volgens CAK niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP).

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de met toepassing van de VIB vastgestelde eigen bijdrage in strijd is met artikel 1 van het EP, omdat dit in zijn geval tot een “individual and excessive burden” leidt.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Raad heeft in zijn tussen partijen gewezen uitspraak van 6 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:19, over de met toepassing van de VIB vastgestelde eigen bijdrage voor het jaar 2013, geoordeeld dat van schending van artikel 1 van het EP geen sprake is. Hierbij is onder meer overwogen dat niet gezegd kan worden dat de vastgestelde eigen bijdrage in het geval van appellant tot een “individual and excessive burden” leidt.

4.2.

De Raad ziet in de gedingstukken en in hetgeen partijen naar voren hebben gebracht geen aanleiding om met betrekking tot de eigen bijdrage voor het jaar 2014 tot een ander oordeel te komen. Hij volstaat daarom met een verwijzing naar de overwegingen in de uitspraak van

6 januari 2016.

4.3.

Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries als voorzitter en L.M. Tobé en J.P.A. Boersma als leden, in tegenwoordigheid van L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2018.

(getekend) D.S. de Vries

(getekend) L.H.J. van Haarlem

UM