Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:2105

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
16/7507 BABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), type bestuurder toe te kennen. Het medische advies is voldoende zorgvuldig tot stand gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 7507 BABW

Datum uitspraak: 11 juli 2018

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
8 november 2016, 16/2996 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Akkaya, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2018. Appellante en haar gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.Y. Baptiste en A. Dees-ter Braak.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat voor de beoordeling van het voorliggende geschil uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante beschikte in haar voormalige woonplaats [plaatsnaam] over een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), type bestuurder, geldig tot juli 2015. Zij is in 2011 verhuisd naar [woonplaats].

1.2.

Op 18 juni 2015 heeft appellante een aanvraag gedaan voor een GPK, type bestuurder.

1.3.

Hierop heeft het college medisch advies ingewonnen bij G. Smit, arts bij Trivium Plus. Op 26 augustus 2015 heeft de medisch adviseur advies uitgebracht. Op 29 september 2015 heeft de medisch adviseur per e-mail nog een nadere vraag van het college beantwoord.

1.4.

Het college heeft bij besluit van 30 oktober 2015 de aanvraag voor een GPK afgewezen. Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.

1.5.

Het college heeft bij besluit van 8 april 2016 (bestreden besluit) het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft de medisch adviseur geconcludeerd dat appellante redelijkerwijs in staat is om zich zelfstandig lopend te verplaatsen over afstanden van meer dan 100 meter aaneengesloten, desgewenst met behulp van een rollator, en ook in staat is om een afstand van 200 meter aaneengesloten te overbruggen. De rechtbank heeft overwogen dat het medisch advies voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het college zich hierop heeft mogen baseren. Appellante heeft nog aangevoerd dat zij op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (Regeling) voor een GPK in aanmerking dient te komen. Appellante heeft echter niet onderbouwd dat zij beperkingen heeft die in het medisch advies niet zijn meegenomen en op grond waarvan zij ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling voor een GPK in aanmerking zou komen, aldus de rechtbank. Niet is relevant dat eerder door een ander bestuursorgaan aan appellante een GPK is verstrekt. Het college moet zelfstandig op de aanvraag van appellante beslissen, en heeft die beslissing gebaseerd op een actueel medisch advies.

3. In hoger beroep heeft appellante zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Volgens appellante moet zij op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling voor een GPK in aanmerking worden gebracht. Het uitgebrachte medisch advies betreft alleen de lichamelijke klachten van appellante. Ten onrechte is daarin geen rekening gehouden met haar psychische klachten. Het college is bekend met de psychische problematiek van appellante, vanwege haar aanvraag voor een voorziening onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college mocht zijn besluitvorming daarom niet op het medisch advies baseren.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Ingevolge artikel 49, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer kan aan een gehandicapte, overeenkomstig de bij ministeriƫle regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders waar hij als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.

4.2.

Deze ministeriƫle regeling is de Regeling. In artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling is bepaald dat bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, andere dan bedoeld onder a en b, die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen hebben, voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking kunnen komen.

4.3.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het medisch advies van 26 augustus 2015 voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het college zich hierop heeft mogen baseren. Uit het medisch advies blijkt dat appellante op 2 juli 2015 tijdens het spreekuur van de medisch adviseur is onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken van een milde aandoening van het houdings- en bewegingsapparaat. De medisch adviseur heeft verder informatie ingewonnen bij de huisarts van appellante. Daaruit is gebleken van klachten van rug en bekken waarvoor appellante in het verleden door een specialist is begeleid en nu door een fysiotherapeut. Er is ook sprake van een interne aandoening waarvoor behandeling plaatsvindt.

4.4.

Uit het medisch advies blijkt niet van psychische klachten. Appellante heeft niet onderbouwd dat desondanks sprake is van psychische klachten die maken dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat appellante niet in aanmerking komt voor een GPK.

4.5.

Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en N.R. Docter en S.E. Zijlstra als leden, in tegenwoordigheid van Y. Azirar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2018.

(getekend) A.J. Schaap

(getekend) Y. Azirar

KS