Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:1414

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
17/1474 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Verzoek om dwangsom wegens niet tijdig beslissen terecht afgewezen nu de Svb tijdig heeft beslist op het bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 1474 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank [woonplaats] van 6 januari 2017, 16/4361 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 24 april 2018

Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte

Griffier: J.R. Trox

Ter zitting zijn verschenen: [Appellante], bijgestaan door drs. H.L. Caïro. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Bij besluit van 26 juli 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 november 2013, voor zover van belang, heeft de Svb de AIO-aanvulling van appellante met ingang van

1 januari 2007 ingetrokken en de over de periode van januari 2007 tot en met juli 2013 gemaakte kosten van AIO-aanvulling tot een bedrag van € 50.779,25 van appellante teruggevorderd. Bij brief van 23 december 2013 heeft de Svb aan appellante meegedeeld dat zij het teveel ontvangen bedrag aan AIO-aanvulling van € 50.779,25 moet terugbetalen en binnen zes weken na dagtekening van de brief aan de Svb dient over te maken.

2. Bij brief van 23 december 2014 heeft appellante de Svb in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 22 januari 2014. Bij besluit van 24 maart 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 juni 2016 (bestreden besluit), heeft de Svb het verzoek om toekenning van een dwangsom afgewezen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Bij besluit van 6 januari 2015 heeft de Svb beslist op het tegen die brief door appellante op 22 januari 2014 gemaakte bezwaar. Daarbij heeft de Svb besloten het bezwaar, voor zover gericht tegen de terugvordering, niet inhoudelijk te behandelen (lees: niet-ontvankelijk te verklaren) en het bezwaar, voor zover gericht tegen de wijze van terugbetalen, ongegrond te verklaren.

4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Svb met het besluit van 6 januari 2015 binnen twee weken na de ontvangst van de ingebrekestelling op het bij brief van 22 januari 2014 door appellante gemaakte bezwaar heeft beslist en derhalve geen dwangsom verschuldigd is. Dat niet, zoals appellante wil, inhoudelijk is beslist op haar bezwaar tegen de terugvordering, maakt dat niet anders. Een oordeel over de inhoud van het besluit van 6 januari 2015 kan slechts in een beroepsprocedure tegen dit besluit aan de orde komen en niet in een procedure ter verkrijging van een dwangsom.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) J.R. Trox (get.) O.L.H.W.I. Korte

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

ew