Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:1412

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
17/4499 WAO-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Appellant heeft de gronden van het hoger beroep eerst op 7 september 2017 per aangetekende post verzonden. Dit is buiten de gestelde termijn, die eindigde op 4 september 2017. Geen feiten of omstandigheden in verzet aangevoerd op grond waarvan hij niet in verzuim is geweest. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 mei 2018

17/4499 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 mei 2017, 16/7947 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Zitting heeft: H.C.P. Venema

Griffier: N.L. Kuipers

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 6 oktober 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet binnen de in de – aangetekend verzonden – brief van 7 augustus 2017 gestelde termijn zijn ingediend.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij de gronden van het hoger beroep wel heeft ingediend. Appellant is woonachtig in Marokko en probeert zo snel mogelijk te reageren op brieven.

De Raad stelt vast dat appellant de gronden van het hoger beroep eerst op 7 september 2017 per aangetekende post heeft verzonden. Dit is buiten de gestelde termijn, die eindigde op

4 september 2017. Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

LO