Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:1411

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
17/2678 WAO-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Verzet
Inhoudsindicatie

Binnen de gestelde termijn, welke termijn eindigde op 6 juni 2017, is door de Raad geen griffierecht ontvangen. Eerst op 13 juli 2017 is het griffierecht op de rekening van de Raad bijgeschreven. Het te laat betaalde griffierecht (€ 124,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 mei 2018

17/2678 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2017, 16/6441 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Zitting heeft: H.C.P. Venema

Griffier: N.L. Kuipers

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    verklaart het verzet ongegrond;

  • -

    bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- door de griffier van de

Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 8 september 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Appellant heeft in verzet te kennen gegeven dat hij het griffierecht binnen de termijn heeft voldaan. Hij heeft een bankafschrift overgelegd, waaruit blijkt dat het griffierecht op

12 juli 2017 is overgemaakt.

Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Binnen de gestelde termijn, welke termijn eindigde op 6 juni 2017, is door de Raad geen griffierecht ontvangen. Eerst op

13 juli 2017 is het griffierecht op de rekening van de Raad bijgeschreven. Dit is (ruim) na afloop van de gestelde termijn.

Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 124,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

LO