Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2018:1296

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
03-05-2018
Zaaknummer
15/5701 WW-R
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2015:3878, Overig
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 mei 2018, zie ECLI:NL:CRVB:2018:1295 voor de gerectificeerde tekst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/5701 WW-R + 15/7162 WW-R

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 21 maart 2018, 15/5701 WW + 15/7162 WW

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[betrokkene] (betrokkene)

De Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (Staat)

Datum uitspraak: 2 mei 2018

PROCESVERLOOP

De Raad heeft, na hier door de gemachtigde van appellant, mr. B.J.M. Vernooij, advocaat te Amsterdam, op te zijn gewezen, vastgesteld dat in de uitspraak van de Raad van 21 maart 2018 onjuistheden staan vermeld.

De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 30 maart 2018 aan partijen meegedeeld.

Mr. Vernooij heeft hierop bij brief van 3 april 2018 gereageerd en de Raad meegedeeld akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen. Het Uwv heeft niet op de brief van

30 maart 2018 gereageerd. In de brief van de Raad is vermeld dat in het geval er geen reactie op de brief wordt gegeven de Raad er van uit mag gaan dat er dan geen bezwaar bestaat tegen de verbeteringen.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 21 maart 2018, 15/5701 WW + 15/7162 WW als volgt.

De laatste alinea onder PROCESVERLOOP wordt gewijzigd in:

‘Naar aanleiding van een verzoek om schadevergoeding door betrokkene wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft de Raad de Staat als partij aangemerkt’.

De eerste zin van overweging 5.2 wordt gewijzigd in:

‘5.2. Betrokkene heeft op 18 december 2013 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 november 2013.’

In het onderdeel BESLISSING wordt het derde gedachtenstreepje gewijzigd in:

‘- veroordeelt de Staat tot betaling aan betrokkene van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van

€ 500,-;’

Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 21 maart 2018 als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en

A.I. van der Kris en E. Dijt als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2018.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) R.L. Rijnen

OS